nLoopie

Bedevaart’09 – Etappe 10-12

ETAPPE 10: VAN AUXERRE NAAR COSNE COURS SUR LOIRE

Op 18 februari kwamen we voor de tweede keer bij elkaar met 7 personen om alles te bespreken voor de tocht die op 6 april zou plaatsvinden. Roel van Driel had al heel veel voorwerk gedaan om de dagelijkse tochten te bepalen, zodat er in ieder geval slaapplaatsen waren waar we aankwamen. We besloten op maandag 6 april om 6.00 uur te vertrekken uit Monnickendam. In de tussenliggende periode hebben we ook enige sponsors weten te strikken voor de ziekte PCD waarvoor deze bedevaartstocht was opgezet. De sponsors die bereid waren om geld te doneren waren Bakkerij Gorter en Honingh Constructies B.V. uit Edam en Stas B.V. uit Hoorn.

Maandag 6 april: vertrek naar Auxerre. We bleken nog maar met 6 pelgrimgangers te vertrekken n.l. pelgrim Roel van Driel (captain), Piet Bond (chauffeur), Jaap Springer (gangmaker), Jaap Honingh (fotograaf), Ben Mesman (sub-captain) en Arie Boots (verslaggever) en een afvallige Cor Pronk. De reis met het busje van Garage Molenaar ging voorspoedig en we kwamen om 14.30 uur aan in Auxerre waar de lopers van de 9e etappe al klaar stonden om afgelost te worden. De overdracht van de heilige Jozef door Wim Keizer aan Roel vond plaats bij de plaatselijke kerk de St. Pierre uit ca. 1645, waarna we om de benen te strekken na de lange rit om 15.00 uur vertrokken naar het plaatsje Chevannes wat ongeveer 10 km verder lag. De route voerde langs D-wegen, wat inhield goede wegen maar ook wel wat autoverkeer, waardoor je constant achter elkaar door het gras moest lopen. Aangekomen in Chevannes om ca. 17.00 uur op zoek naar een logeeradres.

We vonden Chateau de Ribourdin, een mooi kasteeltje wat de huidige eigenaar in een jaar heel mooi had opgeknapt. Na het inchecken moesten we op zoek naar een restaurant want er was alleen logies/ontbijt. Aangezien het maandag was was het enige restaurant gesloten. Dan maar naar de plaatselijke supermarkt waar we diepvriesmaaltijden (lasagne en paella) en fris en bier hebben gekocht. Het was schitterend weer dus weer snel terug naar het kasteel, waar we heerlijk in het zonnetje bij het zwembad hebben genoten van de heerlijke biertjes (Leffe). Jaap Honingh en Roel van Driel hebben de maaltijden opgewarmd in de magnetron en het smaakte goed na deze lange vermoeiende dag. Na het eten gezamenlijk de route voor de volgende dag bekeken en om ca 22.00 uur naar bed. Niet echt goed geslapen doordat het koud was en snurkende pelgrims. Dit kasteel is echt een aanrader.

Dinsdag 7 april: Eerste wandeldag met miezerig weer. Om ca 9.30 uur vertrokken we met regenjacks aan want het was miezerig weer, wat bijna de hele dag heeft geduurd. We liepen weer over D-wegen, dus dezelfde problemen als de dag ervoor. We kwamen langs de plaatsjes Terves, Diges, Leuqny en als laatste Levis waar een Chambres D’Hôtes gevestigd was. We werden verrast want de kamers waren vol, dus verder naar Fontenoy wat ongeveer 1 km verder lag. Hier bleek in het plaatselijke hotel “Le Fontenoy” plaats te zijn voor ons allemaal. Na het drinken van koffie, het douchen hebben we het dagmenu besteld wat bestond uit kipfilet of schnitzel en patat. Het eten was goed en niet duur. Na het eten hebben we wat rond-gewandeld op zoek naar een kasteel. Onderweg kwamen we bij een oud vervallen huis wat te koop stond. Het dak was vernieuwd maar de klim-planten groeiden er al weer door. Piet Bond zag het wel zitten om dit te kopen. De prijs kon niet hoog zijn, aangezien het waarschijnlijk al lang leeg stond. Als je een aantal weken een paar busjes met Volendammers liet overkomen dan had je een schitterend vakantiehuis. Maar Piet zou het niet bij dromen blijven? Onder het genot van koffie, bier en fris zijn we tot de conclusie gekomen toch wat rustigere wegen uit te zoeken voor de volgende dag en deze alvast uitgestippeld. We lagen weer redelijk op tijd op bed.

Woensdag 8 april: wandelen met mooi weer over rustige boswegen. Wederom om ca. 9.30 uur op stap naar onze volgende overnachting. De regen was over, dus lekker lopen in je wandelkleren over rustige boswegen en niet meer van die warme regenkleding aan. De eerste grote plaats waar we langs kwamen was St-Sauveur-en Puisaye, waar we op de plaatselijke markt stokbrood en gegrilde kip kochten als middageten. Na lekker te hebben gegeten en gedronken vervolgden we onze route over de rustige bospaden naar onze eindbestemming St-Fargeaud waar we wilden overnachten. Aangezien het mooi weer was, begon bij sommige mensen de pollenallergie de kop op te steken, met als gevolg niesbuien en ontstoken ogen. Roel, volgende keer toch je medicijnen maar meenemen. We kwamen terecht bij hotel Le Petit Saint-Jean. Het was een gezellig stadje met een oude kerk, een kasteel dat nu een museum was, een mooie stadspoort en een pleintje met terrasjes. Na wat rondgeslenterd te hebben, zijn we in een eethuisje beland waar ze allemaal entrecote namen. Ik nam iets anders wat een slechte keus bleek te zijn. Na het eten hebben we lekker een terrasje gepakt. Op weg naar ons hotel zagen we affiches dat op 15 juli het hele Tour de France circus hier neerstrijkt aangezien de elfde etappe gaat van Vatan naar St-Fargeaud, een rit over 192 km. Zoals ook de voorgaande dagen in het hotel de route uitgestippeld voor de volgende dag.

Donderdag 9 april: op dag drie werd de Mont Rivoud beklommen. Aangezien we weer over rustige boswegen liepen, kom je ook in weinig dorpjes. Het was een vrij zonnige dag ca. 20 graden dus de watervoorraad slonk snel. Tot onze opluchting kwamen we in het plaatsje Lavau dat net als zoveel andere dorpjes totaal verlaten lijkt, wat je in westerns ook vaak ziet. Niemand te bekennen. Er was een bakkerswinkel die dicht was, wat normaal is tussen 13.00 en 15.00 uur. Bij de plaatselijke bar waren de ramen witgeverfd, en als je ergens naar binnen kon kijken leek het of er al jaren niemand geweest was. We vervolgden onze tocht naar het plaatsje Arquin, waar het niet anders was dan in Lavau, dus niets te krijgen. Wel stonden er bordjes Fromagerie. Hiervoor moest eerst wel de Mont Rivoud beklommen worden. De berg was niet hoog maar had wel een vrij hoog stijgingspercentage. Dus goed voelbaar in de kuiten en bovenbenen. Bij aankomst bij de Fromagerie bleek de boer geen omzet te willen maken, want hij stapte gauw op zijn tractor en ging aan het werk, ons ontsteld achterlatend. We zijn in het gras gaan zitten ongeveer 1 uur lang en hebben het laatste eten en drinken opgemaakt. Aangezien de boer geen aanstalten maakte om ons van kaas te voorzien, zijn we maar verder gegaan naar onze eindbestemming voor deze dag St-Amand en Puisaye. Bij binnenkomst twee borden langs de weg met Chambres D’Hôtes. Bij de eerste aangebeld, er kwam niemand, de deur bleef dicht. Alleen een blaffende hond binnen. Dit was zo’n dag dat alles tegenzat. Dan maar naar de Franse VVV die even verderop zat. Daar kregen we een ander adres op, ongeveer 500 meter verder. Op naar onze tweede optie, wat niet veel beter was, weer werd er niet opengedaan na het aanbellen. Wat nu, Roel en Ben weer naar de VVV, wij bleven met ons vieren wachten. Daar kwam een auto de poort inrijden. Gelukkig sprak die vrouw Engels. Ze had nog één kamer met 4 bedden, wat niet genoeg was. Roel en Ben kwamen terug met de mededeling dat ze 6 slaapplaatsen hadden, op een adres ongeveer 1500 meter verderop. We konden er pas na 18.00 uur terecht omdat de eigenaar nog uit Parijs moest komen. Onderweg naar ons logeeradres Domaine de Varenne hebben we nog een terrasje gepakt, zodat we eindelijk koffie en daarna bier en fris konden drinken. Ook hebben we als tussendoortje een tosti genomen. We kwamen te vroeg aan dus lekker in de zon in de tuin gaan zitten, en een beetje rondgelopen. Het was een schitterende locatie van ca 17 ha, met ganzen, schapen, kippen, 2 pony’s, een paard en 2 ezels. Dit kwam goed uit, want Jaap had onderweg een keer gezegd, als we een ezel zien onderweg, ga ik erop zitten met Jozef in mijn hand. We hebben hem hier even aan herinnerd.

De volgende dag voor vertrek zou het gebeuren. Toen de eigenaar arriveerde kregen we zelfgemaakte wijn en hij ging kaasfondue voor ons maken. Roel ging even mee om de boodschappen voor het eten en de volgende ochtend te halen. Ook drinken voor ‘s avonds, want er was geen bier en fris. Jaap Honingh en Piet Bond zakten bij het opstaan door de picknickbank, toen we moesten eten wat de eigenaar niet erg kon waar-deren. De kaasfondue smaakte voortreffelijk. Na de nodige drankjes en het uitstippelen van de laatste etappe gingen we toch nog voldaan naar bed.

Vrijdag 10 april: op weg naar het eindpunt. Jaap Springer wilde voor het vertrek zijn belofte inlossen, maar de ezels peinsden er niet over en lieten zich niet pakken helaas, want dit hadden we natuurlijk wel willen vastleggen op foto. Onze laatste wandeldag naar het eindpunt Cosne Cours sur Loire. De route voerde langs de volgende plaatsjes: Bitry, St-Varain en nog een paar kleine plaatsjes. We kwamen ten zuiden van Cosne-Cours het stadje binnen, waarna Jaap Springer het plaatsnaambord omhelsde en kuste. In het centrum aangekomen hebben we eerst maar een terrasje gepakt en geïnformeerd bij de ober wat goede hotels waren. De betere hotels waren bij het treinstation, deze waren echter al vol in verband met het paasweekeinde. Dan maar naar het minder goed aangeschreven hotel La Charrue wat vlak bij ons terrasje lag. Hier bleek nog plek te zijn, dus maar toegehapt. Eerst lekker douchen en daarna op zoek naar een eetgelegen-heid. We belandden in een restaurantje waar niemand te bekennen was. We klopten op de deur van de keuken, riepen maar er verscheen niemand. Nadat Ben Mesman de keuken was ingegaan kwam de ober, hij leek niet helemaal nuchter. We konden er eten dus we namen plaats. We bestelden bier en kregen Heineken in flesjes. Het bier werd neergezet maar geen bierglazen, toen we om bierglazen vroegen kregen we longdrinkglazen. Jaap H. en Ben wilden de zaak verlaten, omdat ze zich in de maling genomen voelden, de anderen wilden toch wel eten dus bleven we zitten. We bestelde chateaubriand en entrecote. Het eten was goed maar niet teveel. We hebben nog een afzakkertje gehaald op het pleintje vlak bij het hotel.

Zaterdag 11 april: de volgende groep arriveerde om 16.30 uur voor de wissel. Ontbeten in het hotel en daarna de spullen ingepakt. Gevraagd aan de eigenaar of onze bagage in het hotel mocht blijven staan, aangezien we anders de hele dag met onze bagage rondliepen. Dat was goed. Cosne Cours doorgelopen en de Loire bekeken. Ook moesten we nog een aandenken kopen, wat gebruikelijk is. We vonden iets met engeltjes waar je een waxinelichtje in kon branden. Maar weer naar het pleintje en wachten op de aflossing. Telefoon: ze zitten in de file op de ring bij Parijs. De afgesproken tijd van 15.00 uur halen ze nooit. Omdat het steeds later werd hebben we maar een heerlijke hamburger genomen met patat. Smaakte uitstekend. Weer telefoon: of we kamers wilden regelen want ze gingen niet meer lopen. Roel en Ben terug naar het hotel. Er waren nog twee kamers, dus snel ge-boekt. Om ca. 16.30 uur arriveerden de lopers voor etappe 11. Na de overdracht van de heilige Jozef bij de plaatselijke kerk St. Jaques zijn we om 17.00 uur naar huis vertrokken. De reis liep voorspoedig en in België hebben we nog koffie gedronken en een broodje kroket gegeten. Om ca. 01.00 uur waren we in Monnickendam waar Roel, Ben en Jaap uitstapten.  Door naar Purmerend waar ik afgezet ben, waarna Piet Bond en Jaap Springer terug-keerden naar Volendam. Het was heel gezellig en we hebben genoten. Alleen Jaap Springer gaat niet meer mee en gaat zijn wandelschoenen op Marktplaats zetten. Groep etappe 10: Roel van Driel, Jaap Honingh, Ben Mesman, Piet Bond, Jaap Springer en Arie Boots.

ETAPPE 11: VAN COSNE COURS SUR LOIRE NAAR NEVERS

La Nièvre, land van uitgestorven dorpjes, dromerige landerijen en behulpzame mensen.

Zaterdagmorgen 11 april: om 06.15 uur rijdt de auto van Garage Molenaar, met aan boord de deelnemers aan de elfde etappe met Kees Kroon als captain, Volendam uit. De groep bestaat uit 3 mannen en 2 vrouwen t.w.: Kees Kroon, Klaas en Hennie Springer uit Edam, Bep Jonk en Piet Koning. Het is zaterdag, een weekenddag, dus we gingen ervan uit dat we weinig oponthoud op de weg zouden hebben. Tot Parijs ging het voorspoedig, maar toen Jaap Springer Hennie om 11:30 uur belde om te vragen waar we op dat moment reden, was de situatie op de weg compleet anders geworden. Het was zaterdag voor Pasen en erg veel Fransen trokken er voor een lang weekend op uit, richting het zuiden. Door het oponthoud bij Parijs duurde de reis bijna 2 uur langer. Om 16.15 uur kwamen we in het centrum van het dorpje Cosne-cours-sur-Loire aan. Op het marktplein troffen we de lopers van ploeg 10 o.l.v. Roel van Driel. Deze groep was zo vriendelijk geweest om ter plaatse voor ons een hotel te boeken, zodat het onderdak voor de eerste nacht in ieder geval geregeld was. Nadat Jaap Springer bij de kerk, genoemd naar de apostel Jacobus (St. Jacques), met luide stem en op plechtige wijze het gebed aan de Heilige Geest ten overstaan van alle aanwezigen had voorgebeden en het beeld van de H. Jozef (niet de echtgenoot van Maria, maar de beschermheilige van de langdurig en ernstig zieke mensen) had overgedragen, namen we na een gezellig, maar eigenlijk tekort samenzijn, afscheid van de “Arriva-ploeg”. Het liep al tegen 5 uur in de namiddag.

Zondag 12 april (1e Paasdag): de afstand van Cosne-cours-sur-Loire naar Nevers is hemelsbreed niet zo groot. Daarom hadden we de luxe om te kunnen dwalen in de omgeving of zoals Bep dat noemt: “een lusje te maken”. ’s Avonds ervoor hadden we besloten om de eerste dag richting Donzy te lopen. Om ongeveer 09.00 uur lopen we door één van de hoofdstraten het dorpje Cosne-cours-sur-Loire uit, richting Donzy. We volgen een weg met een “D”-nummer; zeg maar een 80-km weg zoals we die in Nederland kennen. Het is zondagmorgen vroeg, dus er is nog niet al teveel verkeer. Al gauw moest het vest uit en lopen we op shirt. Lopend langs wijnakkers komen we om ongeveer 10.30 uur in het plaatsje Pougny aan. Het kerkje kunnen we niet bezichtigen, want het is Paaszondag en de Heilige Mis is nog in volle gang. Na een kopje koffie in het plaatselijk cafeetje gedronken te hebben gaan we verder. We kiezen een rustig landweggetje, wat ons over het platteland voert. Het zonnetje neemt in kracht toe en het is prachtig weer. Het weggetje voert ons wederom langs glooiende weilanden en boerenerven met loslopend pluimvee. Rond etenstijd komen we aan bij Chateau Favray, een wijnhuis. Omdat het zondag is, was er niemand aan het werk en konden we op het erf van dit “kasteeltje”, even van de weg af, de laatste flippen soldaat maken. Na de pauze vervolgen we het landweggetje. We genieten van het zomerse weer, de rust en de stilte van het platteland. Komend vanaf een heuvel lopen we tegen 4 uur ’s middags Donzy-le-Pré, het voorstadje van Donzy, in. Verder wandelend komen we in het centrum aan. Hier vinden we meteen een hotel waar we kunnen overnachten. Na wat met de vrouw des huizes gesproken te hebben, konden we ’s avonds in het hotel toch nog de warme maaltijd gebruiken. Het restaurant zou die zondagavond eigenlijk gesloten zijn, maar toen we vertelden dat we geen 20 km meer konden reizen omdat we te voet waren, werd er een vriend gebeld en konden we alsnog in het hotel eten. Het eten was magnifiek en we hebben die avond werkelijk gesmuld.

Maandag 13 april: vandaag willen we een flink stuk lopen, ook omdat er volgens de kaart niet overal gelegenheid is om te overnachten. Vanuit Donzy lopen we met aan onze linkerhand het riviertje Talvanne richting Cessy-les-Bois. Aan de bosrand zien we een roofvogel vliegen en in de verte horen we een specht hameren. Een stukje verder, lopen we langs een weiland met witte koeien (Charelois) en vervolgens langs het toegangspad naar de ruïne van een oude abdij L’ Epeau, welke volgens een bord in bedrijf was in de periode 1265 tot 1569, eigenlijk tot kort na de “Beeldenstorm” in het jaar 1566, die mede de reformatie in het geloof tot gevolg had waardoor het religieuze leven belangrijk ontregeld werd. Omdat we nu vaak door of langs het bos lopen hebben we het niet zo warm als gistermiddag. Om 11.30 uur komen we in Cessy-les-Bois aan. Na een korte pauze en het eten van een krentenbolletje vervolgen we de weg door het bos naar Châteauneuf. We komen langs pittoreske huisjes met op de erven loslopende ganzen en kippen, maar vooral ook honden. Bij een woning worden 2 aanstormende waakhonden door hun bazin nogal streng in de keuken geroepen, op een manier dat we ons afvroegen voor wie we nu eigenlijk bang zouden moeten zijn: voor de honden of voor hun bazin. Na de koffie in Châteauneuf werd ons door een vriendelijke mevrouw logies voor de nacht aangeboden. Omdat het nog tamelijk vroeg in de middag was en we eigenlijk nog wat kilometers wilden afleggen, hebben we het aanbod van deze mevrouw vriendelijk afgeslagen. Dit zou ons later duur komen te staan. Toen we na een lange dag om 7 uur ’s avonds in Prémery aankwamen was het enige hotel in deze plaats “complet”. Er was voor ons geen plaats meer in de herberg! De enige plaats met veel hotels was Nevers, ongeveer 30 km verderop. Er bleef ons niets anders over dan met de taxi daar naar toe te gaan, zodat we pas om 21.30 uur bij de Chinees op het industrieterrein in Nevers aan tafel gingen.

Dinsdag 14 april: terug met de taxi uit Nevers vertrekken we in Prémery om 09.45 uur in de straat, waar we de avond ervoor gebleven waren. Buiten Prémery gekomen, vonden we de route over de autoweg D38 naar Lurcy-le-Bourg toch te lang en te druk qua verkeer. Dus weer terug naar het centrum van Prémery om van daaruit een nieuwe uitvalsweg te zoeken. Voorbij het kleine plaatsje Cervenon wandelden we langs de glooiende met bloemen getooide weilanden, omzoomd met bossen. Mooie nieuwbouw huizen stonden naast de pittoreske oude huisjes van weleer. In het gehuchtje Sanque, zo’n 2,5 km van Cervenon, stopte een pittige Franse jongedame met haar autootje en vroeg onze vermoeid uitziende ploegleider of hij wellicht een stukje met haar wilde meerijden. Tot onze grote verbazing sloeg onze oudste collega het aanbod af. Ondanks zijn vermoeidheid verkoos hij het om bij ons te blijven en te voet verder te gaan. Om het in het Frans te zeggen: “Chapeau”; vertaald in het Nederlands: “Petje af, Kees!”. Vanuit St. Benin-des-Bois lopen we richting het plaatsje Bona. Door de in Prémery opgelopen vertraging hebben we vandaag nog niet veel afstand afgelegd. Het loopt inmiddels al wel tegen 4 uur in de middag, het zonnetje doet goed zijn best, zodat het best wel warm is. De lange dag van gisteren, de korte rust ’s avonds; dit alles bij elkaar opgeteld begint zijn tol te eisen; conclusie: Bona is voor vandaag ver genoeg!

Woensdag 15 april: in Bona hebben we in een hotel de nacht doorgebracht, wat net zoals in Donzy gerund wordt door een echtpaar. In dit hotel woont ook de moeder van de vrouw, die nog allerhande klusjes in het hotel voor haar dochter en schoonzoon doet. Zij is 86 jaar oud, eigenlijk niet veel ouder dan onze ploegleider Kees. Ze keek ook vol bewondering naar Kees en had het denk ik, wel leuk gevonden als hij nog wat langer had kunnen blijven. Desondanks wenste zij ons enthousiast: “Bonne route!” Om 08:45 uur zijn we op weg. Eerst een stukje autoweg tot we een rustiger weggetje zouden tegenkomen. Bij de afslag naar het plaatsje St. Sulpice gaan we weer “rustig lopen”, langs weilanden en boerenerven. Er is wat meer activiteit op het platteland dan de vorige dagen. Tractors rijden langs en moeders met kinderen aan hun hand in het dorpje. De lucht is wat bewolkt, maar verder is het nog steeds mooi weer, zij het met wat meer wind. In St. Sulpice geen cafeetje of cafetaria te vinden. Na de “koffiepauze” zonder koffie trekken we verder richting Montigny-aux-Amognes. Hier komen we om 12.45 uur aan. Net op tijd voor een kopje koffie, want de eigenaar wilde eigenlijk om 13.00 uur zijn cafetariaatje annex winkeltje sluiten. Dat wij hem een kwartiertje pauze ontnamen, vond hij niet erg. We vervolgen de weg D176, grotendeels door het bos, met links naast ons het riviertje La Nièvre. De wind is in kracht toegenomen, de bomen zwiepten, kraakten en steunden. Het fluiten van de wind door de bomen en de stukken tak en bloesem die ons om het hoofd vlogen; dit alles gaf een spookachtig effect, en dat op klaarlichte dag. Bij de ingang van Nevers werden we aangesproken door een man. Nadat we uitgelegd hadden wat we aan het doen waren, nodigde hij ons uit om bij hem thuis wat te komen drinken. We hebben kennisgemaakt met zijn 2 dochters en ook later met zijn vrouw, toen zij van haar werk thuiskwam. Hij bleek een leraar basisonderwijs van groep 5 te zijn. Hij vertelde ons over de regio en was bijzonder geïnteresseerd in ons verhaal. We kregen nog een plattegrond van Nevers en een kaart van het departement La Nièvre mee. Na een halfuurtje vonden wij het tijd om te vertrekken. Weer een bijzondere ervaring met hele aardige en vriendelijke mensen. Wat een bedevaart al niet op je pad brengt en de dag was nog niet om. Vanwege onze trip op maandagavond naar Nevers gingen we ervan uit dat we de hotels voor het uitzoeken hadden. Dit bleek echter niet zo te zijn. Het 1e hotel wat we tegenkwamen was gesloten, de volgende zat vol. De hotellier van het 2e hotel was zo vriendelijk zijn collega aan de overkant te bellen: ook vol! Na overleg met zijn collega werd een hotel tegenover het station in Nevers gebeld. Hier was nog plaats, maar dat zou nog 3  à 4 km lopen zijn. Geen punt, de man bood aan om ons met zijn eigen auto daar naartoe te brengen. Ons geluk kon niet op. Er wordt wel gezegd dat Frankrijk een mooi land is, maar dat er geen Fransen zouden moeten wonen. Nou, onze ervaring van de afgelopen dagen is heel anders geweest. Steeds werd ons hulp aangeboden en we zijn nooit aan ons lot overgelaten. Om 19:00 uur waren we die dag onderdak.

Donderdag 16 april: na het ontbijt om 08.00 uur gingen we naar het klooster van Saint-Gildard waar Bernadette (1844-1879) in een glazen schrijn ligt opgebaard. Na een kwartiertje hoorde we een mevrouw de mensen in het middenschip vragen plaats te maken, omdat er voor een bedevaartsgroep uit Nederland een Heilige Mis opgedragen zou gaan worden. Dit was voor ons een mooie gelegenheid om de bedevaart op passende en plechtige wijze af te sluiten. De priester uit Nederland was zo vriendelijk om onze meegebrachte intenties tijdens de Heilige Mis tezamen met die van de mensen uit Maastricht voor te lezen. Na de Heilige Mis staken we in de “grot van Lourdes”op het pleintje bij de ingang nog een kaarsje bij St. Bernadette op, en daarna kopen sommigen van ons in het winkeltje nog wat souvenirs voor thuis. Omdat het nog voor de middag is, hebben we nog tijd om door Nevers te wandelen en de stad te bekijken. De geschiedenis van de stad gaat terug tot ver voor onze jaartelling. De stad telt ongeveer 45.000 inwoners. Indrukwekkend was de grote kathedraal met de naam Saint-Cyr et Sainte-Julitte, gebouwd in de 11e tot de 16e eeuw. De kathedraal is in de 2e Wereldoorlog door de Duitsers gebombardeerd en werd daardoor totaal vernield. Nu zoveel jaar verder zijn de herstelwerkzaamheden nog steeds aan de gang. We wandelen langs de woning van Jeanne d’Arc, de maagd van Orléans, waar groep 9 uitgebreid over heeft geschreven. Dan de wissel in Nevers: rond 16.00 uur komt groep 12 o.l.v. Dick Veerman naar het afgesproken place de rendez-vous: “Châsse Ste. Bernadette”. In de “grot van Lourdes” op het pleintje bij de ingang wordt het beeldje van de Heilige Jozef overgedragen en bidt Kees Kroon voor de ploeg van Dick Veerman het gebed van de Heilige Geest voor. Na het uitwisselen van informatie en een gezellig praatje maakt groep 11 zich op voor de terugreis naar Nederland. Om 16.50 uur worden we hartelijk uitgezwaaid en begint voor ons de lange rit naar Volendam. Wij hebben mooie en bijzonder dagen met elkaar beleefd. Graag willen we dan ook de organisatie van de bedevaartstocht “Rondje Volendam” en Garage Molenaar bedanken dat zij dit evenement mogelijk gemaakt hebben.

 

ETAPPE 12: VAN NEVERS NAAR AUTUN

De Morvan, het land van de vier departementen bestaande uit de Yonne, Côte d’Or, Nièvre en Saône et Loire, die tezamen de Bourgogne vormen.

Donderdag 16 april: en zo vertrok groep 24 op donderdag 16 april ‘s morgens vanuit Volendam. De groep bestond uit totaal 9 personen t.w. vijf wande-laars: de gebroeders Dick, Klaas, Henk, Piet Veerman (van Pietje) en Herman Wulterkens. Vier medereizigers: Freek Bont en zijn zus Huibje, Vera Veerman en Duur Wulterkens-Veerman, de oudste zus van de gebroeders. We hadden gekozen voor de route via Antwerpen-Lille-Parijs-Nemours-Montargis-Cosne-s-Loire en Nevers. Het was prachtig weer en de rit verliep probleemloos en zo bereikten we om 16.00 uur Nevers. De ontmoeting vond plaats op Espace Bernadette, rue Saint Gildard, waar Bernadette ligt opgebaard. Bernadette werd in 1844 in Lourdes geboren. Toen zij veertien jaar oud was, is Maria daar achttien keer aan haar verschenen. Op 35-jarige leeftijd is zij overleden. Vervolgens werd zij in de aanloop van haar heiligverklaring driemaal opgegraven voor een schouwing en driemaal was men verbijsterd over de perfecte conservering van haar lichaam. Op plechtige wijze werd door Kees Kroon het gebed voorgelezen en het St. Jozef beeldje overgedragen. Na de groep uitgezwaaid te hebben gingen wij op zoek naar hotel Le Morvan, dat vooraf was gereserveerd. Na het oplossen van een misverstand, men had zogenaamd verstaan, dat wij op maandag i.p.v. donderdag hadden gereserveerd. Voor de deur stond echter een bus met Italianen, die men maar had binnengelaten. Nadat we hadden besloten, om op zoek te gaan naar een ander hotel, veranderde men van houding en konden alsnog intrek nemen in het hotel. Na een weldadig diner, begaven we ons ter ruste.

Vrijdag 17 april: we vertrokken om 8.30 uur. Het was schitterend wandel-weer. We hadden gekozen voor een wandeling langs de Loire. Na wat zoeken hadden we uiteindelijk het pad gevonden. Na ongeveer een uur wandelen ontdekten we dat we een misrekening hadden gemaakt. Terug wandelen was het enige wat we konden doen en na 2 uur lopen waren we geen cm opgeschoten. We kwamen in tijdnood, zodat we uiteindelijk besloten langs de D 981 te gaan wandelen. Een drukke verkeersweg, bepaald niet aangenaam, maar er zat op dat moment niet anders op. We liepen langs de Loire en paseerden Imphy, St Quen-s-Loire en Bearn. Hier ontmoetten we bij een Romaans kerkje Freek, waar we even de benen konden strekken en de inwendige mens versterken. Laat in de middag bereikten we het waterrijke stadje Decize. Hier stroomt niet alleen de Aron in de Loire, ook het Canal du Nivernais en het Canal Lateral doen dit oude vestingstadje aan. Het centrum is bereikbaar met een brug over de Loire. In de stad waren een tweetal hotels. Van het VVV-kantoor hadden we een plattegrond gekregen van de stad en gingen op zoek. Aangekomen bij het hotel was alles gesloten vanwege familieomstandigheden. Op aanraden van een bewoner kregen we de raad om ons geluk te beproeven in St. Honore-les-Bains, een kuuroord met verschillende hotels. Het eerste hotel “Rose-Marie” was complet. Een groot complex, geen sterveling te bekennen was complet, toch niet te geloven. Na wat over en weer babbelen, mochten we binnenkomen en na wat passen en meten werd de zaak beklonken. Ook was het mogelijk wat te eten. Moedertje was alleen die dag en met bescheiden middelen werd ons een dagmenu voorgeschoteld. Bekaf kropen we ca. 22.30 uur in bed.

Zaterdag 18 april: na het ontbijt vertrokken we om 8.45 uur vanuit St. Honore. Wandelend door dit kuuroord met zijn grote parken, casino, tennisbanen, statige huizen met afbladderend verf was het goed zichtbaar dat dit kuuroord zijn hoogtepunt inmiddels geruime tijd achter zich heeft gelaten. De Romeinen hadden al door, dat het opborrelende water een heilzame uitwerking had. Het radioactieve zwavel- en arseen water wordt gebruikt bij de behandeling van reuma, astma, bronchitis en emfyseem. Al wandelend op de D 985 een heuvelachtige weg door de Morvan, het groene park, dat ca 195.000 ha beslaat, bestaat uit grazige weiden, met bosjes en boomwallen, kloven en dalen, doorsneden met kleine riviertjes, beken en meertjes. Langs de bermen zagen we bloeiende sleutelbloemen, wilde narcissen en hyacinten, aangevuld met orchideeën. Op de groene weiden met de bloeiende bomen liepen grote kuddes vaalwitte runderen, het charolais ras genaamd. Nieuwsgierig keken ze ons aan en liepen soms met ons op. Af en toe een verdwaalde boerderij kruiste onze weg. Onderweg hadden wij telefonisch een hotel kunnen reserveren. Dit voor de brood-nodige gemoedsrust. Langs de weg hebben we genoten van een picknick, die ons werd geserveerd door de dames. Lekker brood met heerlijke salades, die waren gesponsord door Freek Schilder. Om 16.00 uur bereikten we ons einddoel vandaag. We hadden ons intrek genomen in “hotel du Morvan” in de stad Luzy, een eenvoudig Logis de France hotel met een Cuisine Gastronomique. Luzy is een aangenaam plaatsje dat doorkruist wordt door de rivier de Alène en ligt aan de zuidgrens van de Morvan. Op het hoogste punt van Luzy staat de Tour des Barons (14 de eeuws). ‘s Avonds hebben we genoten van het goede des levens. Een heerlijk bourgondisch diner. De eigenaresse van het hotel was zo vriendelijk een aantal kamers elders te reserveren voor de zondagavond. De meeste hotels zijn vaak gesloten.

Zondag 19 april: na een heerlijk petit déjeuner vertrokken we om 8.30 uur. Het was wederom prachtig weer. We vervolgden de D 985 en we liepen door een zeer geaccidenteerde omgeving. Prachtige vergezichten met af en toe een meertje en hier en daar een eenzame boerderij. Geen mens te zien. Het was er stil, doodstil. Af en toe passeerde ons een auto. Plots in een flauwe bocht een verzorgde en goed uitziend boerderij met een bord aan het hek “IJs – 1 euro”. Een gepensioneerd Nederlands echtpaar had een oud en vervallen boerderij opgekocht en men was reeds een aantal jaren druk doende hier iets moois van te maken. Nadat men had vernomen, dat wij Volendammers waren, was het ijs gebroken. Eens per week keken zij naar het prachtige programma van de Palingsound. Men raakte er niet over uitgepraat. Een leuke ontmoeting zo langs de weg. In St. Didier-s-Arroux hebben we de wandeling onderbroken voor een broodje en een drankje. Om 17.00 uur bereikten we de stad Etang-s-Arroux waar we ons hebben geïnstalleerd in “Hostellerie du Gourmet”. De eigenaresse kwam uit Zuid-Afrika en zij sprak heel goed Nederlands. Binnen een mum van tijd kwam zij met een schotel Zuid-Afrikaanse happen voor bij een heerlijk glas wijn. Het hotel was oud en nodig toe aan een opknapbeurt. De kamers waren eenvoudig. Het restaurant was eigenlijk gesloten, maar voor ons had men een buffet uitgestald met allerlei schotels met vlees, vis en een aantal groente schotels. Na het eten hebben we nog een kleine wandeling gemaakt door dit oude stadje en langs de rivier de Arroux. Hierna zijn we te bed gegaan. Het was een rumoerige nacht. Om de 10 minuten sloeg een apparaat aan met een doordringend gegrom, dat ons voor een groot deel uit de slaap hield.

Maandag 20 april: om 8.30 uur na het ontbijt verlieten we Etang-s-Arroux en gingen op weg naar onze eindbestemming Autun. Het was bewolkt en prima wandelweer. We hadden nog ca. 25 km te gaan. Via de D61 gingen we met rasse schreden op weg. Wederom eindeloze groene vlakten met de witte koeien, die nog steeds niet begrepen waar wij mee bezig waren. De laatste 10 km hebben we gekozen voor de enig beschikbare GR-pad. Smalle paden, dan weer steil omhoog, dan weer omlaag. De paden waren bezaaid met keien en doorsneden met diepe geulen met water. Dit was andere koek. Heerlijk afwisselend. Ca. 14.00 uur bereikten we Autun, ons einddoel. Bij de Kathedraal St. Lazare zijn we op zoek gegaan naar een geschikte plaats om te lunchen. Hierna gingen we zoek naar een onderkomen voor de nacht en via het VVV-kantoor hebben we uiteindelijk gekozen voor hotel “Du Commece & Touring” en hebben daar voor 2 nachten geboekt. Om 19.00 uur gingen we aan tafel voor het diner. Na het diner zijn we stad Autun gaan verkennen. Het was een prachtige avond en er was niet veel te beleven. Ca. 22.30 uur gingen we weer terug en begaven ons ter ruste.

Dinsdag 21 april: na het ontbijt zijn we Autun ingewandeld. Autun (zuster en rivaal van Rome) was de flatteuze bijnaam die Autun kreeg na zijn stichting. Eind 11de eeuw zorgde de komst van de relieken van de heilige Lazarus voor een opleving. In grote getalen kwamen de pelgrims hier op af. Om hen te kunnen ontvangen werd met de bouw van de Cathedrale St. Lazare begonnen. Bij de ingang van de kathedraal is een beschrijving van de bezienswaardigheden beschikbaar in het Nederlands. De Romaanse erfenis vindt men buiten bij de hoofdingang van de kerk. Een schitterend timpaan van het Laatste Oordeel, gemaakt door beeldhouwer Gislebertus. Bij de restauratie van de St. Lazare in de 19de eeuw werden de kapitelen vervangen door kopieën en de originelen zijn te bezichtigen in de kapittelzaal. Op de kronkelende straatjes rond de kathedraal evenals de Place Saint Louis is het aangenaam wandelen. Na de bezichtiging zijn we langs een prachtig meertje onze lunch gaan gebruiken. Hierna hebben we het theater Romain, dat dichtbij in de buurt lag, gaan bezichtigen. In dit theater pasten zo’n 12.000 toeschouwers. In de zomermaanden wordt hier een Gallo-Romeins spektakelstuk opgevoerd. Vlakbij het theater ligt een omvangrijk begraafplaats, waar zeer vele oorlogsslachtoffers van de laatste 2 wereldoorlogen liggen begraven. Een begraafplaats waar kostbare familiegraven gemaakt zijn van marmer of graniet staan in grote rijen opgesteld. Een indrukwekkend gezicht hoe de Fransen met hun overledenen omgaan. Om 15.30 uur zijn we weer naar de kathedraal teruggegaan voor de overdracht aan de volgende groep.

Na een hartelijke begroeting, uitwisseling van informatie en overhandiging van het beeldje en gebed van de H. Geest wenste Dick Veerman de leider van groep 12 Kees Aris veel succes, waarna we op zoek zijn gegaan naar een terras om wat te klinken en te drinken op het welzijn van groep 12 bestaande uit 9 wandelaars. Het werd een heel gezellig uurtje en de groep had er duidelijk zin in waarna de groep op weg ging naar hun hotel en wij al zwaaiend hun veel succes wensten. Hierna zijn we rustig teruggegaan naar ons hotel voor het laatste diner.

Woensdag 22 april: om 9 uur vertrokken we vanuit Autun. We hadden gekozen voor de terugroute via Dijon, Nancy, Metz, Luxemburg, Brussel, Breda. Voor de stad Antwerpen zijn we in een file beland wegens wegwerkzaamheden en met een oponthoud van 2 uur bereikten wij om 21.30 uur weer veilig Volendam. Samen kunnen we terugzien op een zeer geslaagde wandeltocht. De kennismaking met het Bourgondische landschap, de grote culturele erfenis van de streek, de Bourgondische tafel met zijn daarbij behorende wijnen en de grote onderlinge harmonie en gezelligheid hebben grote indruk gemaakt op ons allen. Onze dank gaat dan ook uit naar de organisatie, garage Molenaar voor de prachtige bus, sponsor Freek Schilder – viskoekjes en salades voor de PCD gift en de heerlijke salades en de gebroeders Drum voor de PCD gift, Freek Bont als chauffeur en voor het beschikbaar stellen van zijn camper, De dames Vera, Huibje en Duur voor de goede verzorging. En uiteindelijk de wandelaars Dick, Klaas, Henk, Piet en Herman voor het uitvoeren van hun opdracht en voor de grote onderlinge sfeer van vriendschap en harmonie. Het was super!