nLoopie

Bedevaart’09 – ETAPPE 13-15

ETAPPE 13: VAN AUTUN NAAR ST. SEINE ABBAYE

Een onvergetelijke trip!

Dinsdag 21 april: om 4.30 uur vertrokken we vanuit Volendam met een ploeg van 9 personen, t.w. Thames Kroon (Aris) en Jannig Kroon-Smit (Mittes), Kees Zwarthoed (de Beer), Dick Kwakman (Plak), de gezusters Gaar en Aaf Jonk, Nel Veerman (van Gerrit), Cor de Boer (Pet) en Maartje de Boer-Koning (Vais). De meesten hebben niet geslapen, maar er werd wel geouwehoerd. We zijn er klaar voor; op naar Autun! Na 4 uur rijden hielden we een picknick 50 km vanaf Bastogne. Het smaakte goed en prachtig weer. Het is de bedoeling van een boetedoening, dus de tassen zijn extra zwaar gemaakt, dan komen we schoon terug. We rijden weer en het wordt langzaamaan warmer. De volgende picknick is om 14.00 uur in de zon. Om 16.00 uur zijn we in Autun, de groep staat al te wachten en we zijn met z’n allen naar het centrum gegaan en hebben daar op een terras iets gedronken. Morgen na het lopen is hij waarschijnlijk nog lekkerder. Het was een gezellige en leerzame overdracht. Het eten: het ziet er niet uit en smaakt ook niet. Om 22.00 uur naar bed.

Woensdag 22 april: van Autun naar Nolay (40 km). Na een super ontbijt om 9 uur lopen. Wat zal deze dag ons brengen? Eerst een lang stuk over de autoweg, niet leuk maar dat kan niet anders. Na 2 uur lopen een café in Auxe alleen wat te drinken, niks te eten, maar we gaan er vanuit dat we nog wel een bakker of zo tegenkomen. We gaan weer op weg met nu een mooi stuk landweg. We krijgen nu toch wel honger om 13.30 uur, maar alles zit dicht. Jannig heeft nog chocolade en een appel, dus we zijn voorlopig even gered. Dat voorlopig is nu 4 uur verder zonder eten, alleen water. Is dit een pelgrimstocht of niet? Om 18.30 uur komen we aan in Nolay. Na een paar drankjes is alles weer vergeten. Een Nederlands stel helpt ons met eten te bestellen, want zij spreken goed Frans. Zij zijn zeer geïnteresseerd in de tocht, dus wij vertellen ook over de ziekte PCD, en ze geven ons 5 euro donatie.

Donderdag 23 april: van Nolay naar Beaune (25 km). Om 9.30 uur op weg, met mooie natuur en prachtig weer (als engelen reizen). Om 12 uur houden we een picknick, nu hebben we alles mee, dus geen honger; dat scheelt. De dorpen waar we doorheen lopen zijn heel armoedig en er is geen Deen in de buurt. Om 5 uur komen we aan in Beaune, met 4 personen vol met blaren, dat wordt lekker prikken. Het was een topdag, het weer en de route: grandioos. En ontroerend als je ziet hoe de plaatselijke bevolking op hun knieën valt als we langs lopen (en dan te weten dat de meeste hun bagage laten vervoeren door een lavature (volgwagen).

Vrijdag 24 april: van Beaune naar Nuits St. George (22 km). Om 9 uur vertrokken na een goed ontbijt. We kwamen op het juiste pad door veel te vragen, maar we zitten op de goede weg. De laatste aan wie we de weg vroegen was een vrouwtje van 1.20 meter hoog en een echte Franse ouwehoer. Die hebben we dus 5 kilometer mee gehad. Om 16.00 uur kwamen we aan bij het hotel. Dat was oud maar knus, met lekker eten en na een paar borrels toe vroeg naar bed, want morgen komt er een zware etappe met veel klimwerk.

Zaterdag 24 april: van Niuts St. George naar Velars sur Ouge (40 km). Weer een prachtige route. We moeten nog wat eten kopen, want we willen niet meer zoals de eerste dag dat we niets hadden, dat loopt echt niet lekker. Dus we doen zoveel mogelijk dorpen aan, maar deze hebben 3 à 4 huizen en geen winkel te zien. Dus lopen, lopen en honger. We komen om 19.15 uur aan op de plaats van bestemming, een kasteeltje. We worden warm onthaald, alleen ze hebben geen eten. Eerst maar aan de traditionele drank: Cassis met alcohol en witte wijn gemengd, mmm lekker. Onderwijl hebben ze een pizzaboer gebeld. Daar worden we met de auto naar toe gebracht en na het eten weer opgehaald. Het kasteeltje heeft mooie kamers en goede bedden, dus we hebben super geslapen.

Zondag 26 april: van Velars naar St. Sein Abbeye (28 km). De laatste dag en het regent pijpenstelen. Maar we hebben vier dagen mooi weer gehad, dus niks te klagen. De regenkleding aan en op weg. We blijven positief, regen heeft ook wel wat, maar niet een hele dag. Geen gezeur, het heeft ook voordelen. Het loopt sneller, niet zoveel praten en niet picknicken. Alhoewel, we hadden nog weer eens niets, dat begint te wennen. Om 15.00 uur komen we in St. Seine Abbeye aan. We hebben contact gehad met de ploeg van Bruin Keizer en die zouden om 16.30 uur daar wezen. Een mooie tijd, want wij willen gelijk terug, maar het werd later. De overdracht van het beeldje en kruisje is gedaan in een ander dorp 25 km verderop, want daar slaapt de groep van Bruin Keizer. Om 18.30 uur gaan we op weg naar huis. Wij hebben ons best gedaan. Top! Top! Met dank aan de organisatie, Angela van Globe, autobedrijf Molenaar en iedereen die eraan meegewerkt heeft. Dank!

ETAPPE 14: VAN SAINT SEINE ABBAYE NAAR LANGRES

Wandelgroep 14 kan na 129 loopkilometers (met gevoelswaarde van 200) toch terugzien op een mooie week.

Op 3 september 2008 kwamen we voor het eerst bij elkaar, we kunnen dus spreken van een langdurige en goede voorbereiding. De kern van de groep uit 2006 bleef voor deze tocht hetzelfde, de open plekken door de afvallers werden aangevuld met  nieuwe vrouwelijke gezichten. Ter voorbereiding liepen we ruim 170 km samen, vanuit allerlei mooie locaties onder verschillende weersomstandigheden. Als groep waren we onder de indruk van de presentatie van Jacqueline Plat over de noodzaak voor onderzoek naar PCD, ook wij zullen een bedrag schenken. We werden door Podotherapeut J. Hendriksen uit Monnickendam en Koole Transport uit Zaandam gesponsord, nogmaals hartelijk dank voor het materiaal.

Zondag 26 april: deze dag vertrokken we vanuit Volendam: Bruin en Aagje Keizer, Luc en Marie Eeckhout; vanuit Purmerend: Dik en Toos Mooijer en vanuit Aalsmeer Gerrit en Susan Griekspoor. Door Nederland, via België en Luxemburg naar Frankrijk naar Dijon, de hoofdstad van de Bourgogne. De Côte d ‘Or. Rond Antwerpen waren er wegwerkzaamheden, daardoor liepen we vertraging op, maar dat was geen bezwaar voor veel plezier in de bus. Na de tankbeurt bleef een spiraaltje branden, dat gaf onrust maar ook veel dubbelzinnige opmerkingen. Nadat we de bagage en 7 personen in het hotel achterlieten reden er twee van de ploeg door naar Saint Seine-l‘Abbaye, de wisselplaats. Na de overdracht in de regen in Dijon Daix vertrok ploeg 13 terug naar Volendam. ’s Avonds moesten we lang wachten op ons eten, maar dat was geen belemmering voor luidruchtige vrolijkheid; vermoeid gingen we vroeg naar bed.

Maandag 27 april: St. Seine de L ‘Abbaye – Daix. Vanuit Dijon gingen de zes lopers met 2 taxi’s naar de startplaats: Saint Seine-l‘Abbaye. Een landbouwer Sequanus was voorbestemd voor het dienen van God. Sequanus werd tot priester gewijd en nam de naam aan van Saint Seine, de legende vertelt dat hij zieken genas. Zoals we beloofd hadden startten we de tocht op onze knieën. Ondanks onze uitstekende kaartlezer Dik moesten we soms toch de weg vragen. Het viel ons op dat een plaatselijke boer de gemarkeerde route kende. De boer merkte wel op dat we gek waren om te voet te gaan, een auto is veel gemakkelijker. We liepen een gedeelte van de GR 2, een steil bospad met vele losliggende stenen, met moeilijke omstandigheden. We pauzeerden op een loopbrug over het riviertje de Suzan, wellicht vernoemd naar een lid van de ploeg. Onderweg kwamen we wijngaardslakken, de naaktslak, een vos en vele planten – primula, koolzaadvelden en lelies – tegen. Door de velden en via de GR 7 midden in het bos liepen we naar ons hotel terug. We legden 70 “gevoelskilometers” af. Meteen het bad in, alhoewel niet elk bad over een afdekrubber beschikte, we verzonnen een andere oplossing. De weersverwachtingen waren slecht maar we werden bespaard van regen.

Dinsdag 28 april: Daix-Bèze. Vandaag de langste etappe naar Bèze. Een Keltische nederzetting uit de derde eeuw, bekend door de abdij en de waterbron en de vele bloemen. Vandaag reden drie dames met de bagage in een taxi naar de volgende etappeplaats. De lopers begonnen in de regen. De gebeden aan de start van de tocht werden al snel verhoord. Luc werd gebeld door zijn dochter Chantal met de mededeling dat zij samen met Jeroen een BMW gewonnen hadden. We geloofden het natuurlijk niet, veel telefoontjes later bleek het toch waar te zijn. Via de Romeinse weg na 9 loopuren kwamen we in Bèze aan, ondanks de kakhiel van een loper. Onder het genot van een uitstekend diner praatten we gezellig na en waren de ontberingen snel vergeten.

Woensdag 29 april: Bèze – Vaux sous Aubigny. De dames die elke dag de koffers moesten sjouwen, vroegen zich af wat er allemaal in een bepaalde koffer zat. Ze spraken nu al af dat als we dit nog eens zouden doen, wellicht op het dek van een boot op weg naar Jeruzalem, dat er minder nootjes, snijkoek, soep, koffie, abrikozen, biscuits en kleding meegenomen zou mogen worden. De haan kraaide ons wakker, de zon scheen. Voor we vertrokken eerst bij Dik langs voor blessurebehandeling. Na een kort bezoek aan het centrum van het dorp waar de tweede oudste school van Frankrijk is, en een bezoek aan wat wij dachten dat het een museum was en waar één van de loopsters al naar binnen was gegaan, maar dat een gewoon woonhuis bleek te zijn; op weg naar de nieuwe uitdaging. De kenners beweren dat de derde dag de zwaarste is van een tocht. Het bleek ook zo uit te komen. We liepen verkeerd en kwamen in Sacquenay uit. We doopten het gehucht om in “zak en as”. Maar alles kwam uiteraard goed. Inmiddels waren de drie dames gedurende de dag de beheerders van het hotel en zij voelden zich rijk en machtig. We namen Dik natuurlijk niets kwalijk, een andere kaartlezer zou ons naar de Moulin Rouge gebracht hebben, en dat kan in deze bedevaart natuurlijk niet. De tweede helft van de dag kregen we veel regen over ons heen, zelfs de koeien keken ons vreemd aan, maar het gezellige en goede diner verzachtte nu ook weer alles.

Donderdag 30 april: Vaux sous Aubigny – Saint Michel. De zes lopers eerden de jarige Koningin met haar verjaardag en liepen voor haar in een oranje t-shirt. De sfeer in de eetzaal was uniek en werd gewaardeerd door de aanwezige Nederlandse gasten. Onderweg zongen we voor Beatrix. Een telefoontje vanuit Volendam met het tragisch voorval in Nederland konden we later op de dag niet bevatten. Maar voor ons ging de tocht verder. Onze start was langzaam, Gerrit had zijn slaapkamersleutel vergeten af te geven, maar deze kilometer hebben we niet meegeteld. We genoten onderweg van een prachtig hert dat door de velden rende. Maar werden ook ingehaald door een vrachtauto met de firmanaam “Weldom”. Zou dat op ons betrekking gehad hebben? Vandaag hadden we maar drie loopuren, dus tijd over voor een wandeling door het dorpje, waar op het plein het gebruikelijke gedenkteken staat voor de gevallenen uit de Eerste Wereldoorlog en veel aandacht voor de W.O. I.

Vrijdag 1 mei: Saint Michel-Langres. Eerst langs het Lac de la Vingeanne en naar het dorpje waar de kerk nu eens open was. We konden geen kaarsje opsteken; er waren geen kaarsen in de kerk, wel een lijstje met missen. Vanaf nu tot september worden er slecht 6 missen gelezen, een teken van het wegtrekken van de Franse plattelandsbevolking naar de steden en uiteraard de beleving van het geloof. Met mooi droog weer waren de 5 loopuren snel om. Aan het eindpunt kregen we een welkom van Marie en Toos met bloemen. Voor de Cathédrale Saint Memmes was de uitbundige overdracht. Onze opvolgers sliepen in hetzelfde hotel, een uitstekende sfeer was er die avond. ’s Avonds ons eerste glas Chablis, waarover we veel gesproken hadden in de voorbereiding.

Langres: één van de 50 mooiste steden van Frankrijk met 12 vestingtorens, 7 poorten en 3,5 km vestingmuren. Langres, het land van de 4 meren, wordt vaak bezocht door vakantiegangers op weg naar het Zuiden. Het is gelegen in de Haute Marne in de Champagnestreek. Langres ligt op een Plateau waar de Seine, de Marne en de Maas ontspringen. We sliepen in Hôtel de la Poste, het oudste Franse hôtel, binnen de stadmuren, dus de vrouwen waren veilig.

Zaterdag 2 mei: de wissel. Terwijl de ploeg van Joop van Pooy liep, genoten wij van een vakantiedag. Een wandeling met de gehele groep over de stadswallen, en een kunstroute met de nodige terrasstops. De bedevaart was voor ons afgelopen. Toos zag door de gesloten verrekijker groep 15 langs het meer lopen, goede ogen die Basseleurs. De avond was er een van grote tegenstrijdigheden: Gerrit en Suzan werden door hun zoon gebeld dat hij voor zijn vriendin op de knieën was gegaan en Kees Jonk van ploeg 15 kreeg een tragisch telefoontje over het overlijden van een vriend van hem in Volendam. C’est la vie.

Zondag 3 mei: we namen afscheid van groep 15. Kees Jonk reed met ons mee tot Aalsmeer, waar hij opgehaald werd door iemand naar Volendam, en onze groep genoot in Aalsmeer van een uitstekend afscheidsdiner. Via Purmerend reden we naar Volendam terug. Na afgerond 1.500 auto-kilometers in de uitstekende bus van Molenaar, na 129 loopkilometers in 32 uur met een gevoelswaarde van 200 km keken we terug op een mooie week. Een gezegde bij de wandelaars is dat één wandeldag 8 gezondheidsdagen geeft, wij kunnen dus voorlopig vooruit hoop ik. We wensen de andere ploegen ook veel plezier en veel Geluc.

ETAPPE 15: VAN LANGRES NAAR VITTEL

Prachtige wandeletappe van Langres naar Vittel!

Vrijdag 1 mei: na een jaar van voorpret konden we eindelijk ’s morgens om vijf uur vertrekken naar Frankrijk. Tijdens het ontbijt ’s morgens om zeven uur in het mooie België, las Cees Max een sms-bericht voor dat hij van zijn vriend Tom Kakes woensdag 29 april had ontvangen: ‘Vrijdag alweer naar Langres. Veel plezier en groeten aan de loopploeg. Groet Tom’. Iedereen was geroerd door deze oprechte wens van Tom en niemand kon toen bevroeden dat dit zijn laatste tastbare boodschap zou zijn…… Na een voorspoedige reis werden we allerhartelijkst ontvangen door de groep van Luc Eeckhout en Bruin Keizer. Na het glas te hebben geheven op deze bedevaartstocht vond de overdracht plaats in de plaatselijke kathedraal. ’s Avonds tijdens het diner genoten we nog van hun verhalen en enthousiasme. Na een voedzame maaltijd met heerlijke wijnen werden bijtijds de bedden opgezocht voor de benodigde nachtrust voor vijf dagen topsport. De groep van Luc bleef nog even zitten, want zij bleven nog een dag langer, waardoor we nog een avond gezellig met elkaar konden zitten.

Zaterdag 2 mei: na een uitstekend ontbijt werd om 9 uur de eerste van onze vijf dagen begonnen. Getooid met landkaarten en uitdraaien van Google Earth liepen we naar het doel van de eerste dag Le Lac Liez, het grootste van de vier meren in dit Viermerengebied. Vele zompige bosgedeelten moesten onderweg worden genomen en leidden zelfs tot menige echte modder ‘Volendamse klissers’. Na een wandeling van meer dan drie uren dook uit het niets Kees Pink op. Als topverzorger had hij al de tafel gedekt met verse koffie en broodjes. Het ontlokte van een van de andere vrouwen de uitspraak dat ‘Kees echt een man is die je op handen moet dragen’. Gaar zou dat zelf wel willen, maar daar was hij toch nog te zwaar voor. Na een verder vervolg door bossen en langs rivieren werd om vier uur het plekje Marcilly bereikt. Na 27 kilometer vonden we het welletjes en werd op het wegdek een streep getrokken dat het startpunt markeerde voor de volgende dag. ’s Avonds na het diner om kwart over negen kreeg Cees Max van Robert Kakes een kort sms bericht dat alles zei: ‘Mensen: Tom is niet meer …’ De verslagenheid onder beide ploegen was enorm; allen wisten dat het kon gebeuren maar toch sloeg dit slechte nieuws in als een bom. Cees nam graag het aanbod van de vorige groep aan om mee terug te rijden naar Volendam. Nogmaals dank daarvoor.

Zondag 3 mei: vanmorgen zijn we weer gestart uit het stadje Langres. Prachtig plekje waar we de vorige avond nog een loopje hebben gemaakt langs de vestingmuur, alles verlicht, heel apart. Nadat we afscheid hadden genomen van onze vriend Cees Max zijn we toch allemaal in stilte vertrokken voor onze tweede loopdag. Via de GR 7 route zijn we de hele ochtend zoet geweest in het bos. Pittige klimpartijen en drassige paden maar wel genietend van de stilte zijn we in het plekje Serecourt aangekomen waar Kees Pink ons stond op te wachten voor de lunch. Nadat we nog even gezongen hebben voor Henk, de zoon van Jan Kras die die dag jarig was, zijn we weer op pad gegaan. Wij zijn weer via de GR 7 route verder gegaan naar ons eindbestemming voor die dag, het plekje Bourbonne les Bains. Onze slaapbestemming was een soort weghotel waar je ‘s morgens alleen kon ontbijten, maar verders was er niets te krijgen; ook geen lekker biertje voor de dorst. Dan maar het plekje in op zoek naar wat te eten. Het was alweer 18.00 uur. We zijn terecht gekomen in een soort bejaardenhotel. Ondanks de kaakstoot van Joop van Pooij bij de serveerster (per ongeluk) waren de mensen allervriendelijkst. We werden achter in de eetzaal neergezet, want na een paar biertjes zijn een paar van onze groep luid van stem. Daar hebben we ook de smerigste soep gegeten ooit; volgens Nel Hoogland was het een potje verdunde Olvarit kindervoeding. De rest van de maaltijd was om te doen. Na nog een lekker wandelingetje naar het hotel en een hete douche lagen we om 10 uur te slapen terugkijkend op een mooie dag.

Maandag 4 mei: na een lange nacht slapen en een goed ontbijt zijn we weer vertrokken richting Vittel. We hebben zeker weer 3 uur in een bos vertoefd, maar vandaag waren de paden iets beter begaanbaar dan zondag. Na nog een tijdje door het plekje Aureil Maison te hebben gelopen, stond Kees Pink ons weer op te wachten met een heerlijke pan soep. Echt een luxe, want verders was er echt niks te krijgen. De dorpjes zijn zo uitgestorven, vervallen huisjes, dat je jezelf afvraagt of er eigenlijk wel mensen in wonen. De mensen zien er ook oud uit; jongeren zie je niet, want die trekken weg naar de steden. In het plekje Morizécourt ontmoeten wij een echtpaar met drie kinderen die daar al vijf jaar bezig zijn met het verbouwen van een vakantiehuis. Ze wonen in Utrecht en één keer in de maand rijden ze naar Frankrijk (1200 km heen en terug) om weer verder te bouwen. Sinds kort hadden ze twee lichtpuntjes in huis en konden nu zelfs binnen slapen in plaats van in de caravan (ook ‘s winters!). Hun behoefte deden ze in een kuil, maar die mensen waren hartstikke tevreden met de situatie. We hadden veel bewondering voor hun uithoudingsvermogen en geduld. Wij zijn die dag gestopt 22 km voor onze eindbestemming Vittel. Na wederom een streep te hebben gezet op de weg zijn we teruggereden naar ons nieuwe slaapplek Logis L’Oree Du Bois even buiten Vittel. Gelukkig een goed hotel met zwembad en jacuzzi waar we de komende drie dagen zullen blijven.

Dinsdag 5 mei: na een zware nacht op een bedje van 120 cm voor twee personen starten we die dag weer met een heerlijk ontbijt. We zijn weer teruggereden naar de streep op de weg van de vorige dag en besloten die dag om door de dorpjes heen te lopen. Erg leuk om te kijken wat je die dag tegenkomt. Aan koeien geen gebrek. Volgens ons heeft Simon Gokker een cd thuis met dierengeluiden. Hij loeide de koeien naar het hek toe om vervolgens naar links en recht te bewegen en ze deden trouw mee. Ze raakten wel een beetje gestrest, want ze bevuilden elkaar met hun eigen spuitproductie. (De stoelgang van de groep zelf was ook geen probleem; door de vele kilometers lopen zat er vaak eentje langs de weg). Onderweg kwamen we nog een loods tegen waar oude benzinepompen stonden van voor de Tweede Wereldoorlog. De eigenaar riep ons binnen voor een rondleiding. De loods was een soort museum met oude benzineblikken en oliespuitjes en we vonden het erg interessant. De man had zelfs de krant gehaald. Na weer een perfecte lunch met gebakken eieren, werd nu door de telefoon gezongen voor Jaap, de zoon van Gaar en Kees Pink die de drie kruisjes passeerde. De verbaasde jarige Job vroeg zich af of we soms vol zaten. Om 16.00 uur hebben we onze eindbestemming bereikt. Na een heerlijk biertje in het centrum van Vittel zijn we teruggelopen naar het hotel.

Woensdag 6 mei: vandaag hebben besloten om Vittel te bezichtigen. Tegenover het hotel was een volledig paardendorp ingericht waar een heus concours equipe gehouden werd. We zijn door een prachtig park gelopen en nog in een mooie kerk geweest, waar wij hoopten ‘s middags de overdracht te laten plaatsvinden met de groep van Jaap Koster. Het begon een beetje te regenen en de groep zou zich gaan splitsen. Jan en Simon moesten nog wat drankzweet kwijt en wilden wel 14 km en de rest wou iets minder. Een route bij de VVV gehaald en we gingen. Met 6 personen zijn we de route van 12 km gaan volgen. Eerst over een prachtig golfcomplex en vervolgens afgedwaald naar de buitenrand van Vittel. Gelukkig werd het weer prachtig, want door per ongeluk op een andere wandelroute te raken werd de wandeling uitgebreid tot 20 kilometer en dat zonder water of eten! Maar het was een prachtige wandeling en om 15.00 uur zijn we in het park een heerlijk broodje gaan eten. Simon en Jan waren inmiddels ook gearriveerd en zijn we even heerlijk op een terrasje gaan zitten. We kregen jammer genoeg toen geen contact met Jaap de Koster en zijn weer terug gelopen naar ons hotel. Onderweg hebben we stokbroden gekocht en met het restant eten dat we nog in de bus hadden, zijn we gezellig bij het paardendorp gaan zitten tegenover ons hotel waar we de groep van Jaap de Koster op het terras zagen zitten. Zij logeerden ook in hetzelfde hotel waar we tenslotte de overdracht buiten hebben gedaan. Na heerlijk gesparteld te hebben in het zwembad en de jacuzzi hebben we gezellig samen met twee ploegen voetbal gekeken. Weer een prachtige dag!

Donderdag 7 mei: nadat we de ploeg van Jaap hebben uitgezwaaid, zijn wij om 9 uur in de bus gestapt voor de terugreis. Na wat koffiestops en een lunch waren we om 18.30 uur thuis. Wij hebben fantastische dagen gehad. Elke dag scheen de zon en de sfeer was perfect. Onze groep bestond officieel uit negen personen, te weten Gaar en Kees Pink, Henk van Nek, Jan Kras, Joop van Pooij, Simon Gokker, Nel Hoogland, Ria Blik en onze grote vriend Cees Max. Wij willen Garage Molenaar en iedereen die hier aan meegewerkt heeft hartelijk bedanken. We wensen de volgende groepen nog veel wandelplezier toe; wij hebben in ieder geval genoten. Bedankt!