nLoopie

BEDEVAART’09 – ETAPPE 22-24

ETAPPE 22: VAN ANDERNACH NAAR JULICH

Een drie-rivierenroute langs Rijn, Ahr en Rur

Vrijdag 5 juni om 10 uur vertrok de “Troet”-ploeg van Els Bloem uit Monnickendam. Eén van de acht Assisiëgangers moest vanwege een knie operatie voortijdig afhaken. Els en haar man Nico hadden in maart al het parcours verkend, wandelkaarten gekocht en hotels geboekt, want wij hadden leergeld betaald in Italië. Om 16.00 uur kwamen wij via een toeristische omweg in het oude vestingstadje Andernach, waar de groep van Jan Tol (Bout) gelijktijdig bij ons hotel Zum Bolwerk aankwam. Na ‘n gezamenlijke borrel vond de overdracht plaats aan de oever van de druk bevaren Rijn. Maar wie zijn beeltenis kregen wij nou eigenlijk mee? Hij werd in ieder geval goed verpakt. Na hen uitgezwaaid te hebben trokken wij het stadje in met zijn gezellige winkelstraatjes, pleintjes, terrasjes en oude muurhuizen. Wij besloten in ons hotel te eten. De kachel stond op bejaar-denhoogte, bloedheet. Het eten was prima. Als toetje werd ons van het huis “Mai-bowle” aangeboden. Verse aardbeien in Lulletje Rozenwater. Bah! De ploeg had nog een verrassing voor Cees in petto: een grootverbruik-verpakking Maizena. Dat wondermiddel wat Cees zo kwistig wegpoeiert. Bijtijds de kamers opgezocht. Het uitzicht was prachtig met een rode ondergaande zon tussen de bergen en het op en afvaren van al die schepen. Maar het geluid van druk bereden spoorbanen aan beide zijden van de rivier was wennen en hield ons uit de slaap. Ook werden wij opgeschrikt door knallen, wat een groot vuurwerk bleek te zijn even stroomafwaarts.

Zaterdag 6 juni: Andernach-Bad Bodendorf. Om 8.20 uur stapten wij bepakt met broodjes en thermoskannen met warm water om koffie en soep te kunnen maken de deur uit en meteen de regen in met een fikse tegenwind. We volgden het wandelpad langs de boulevard in noordelijke richting. Wij ontdekten de schelpenbordjes van het Jacobspad, die wij volgden. Al snel ging het regenen over in gieten. Geen weer voor een picknick. In Brohl vonden wij een Konditorei met heerlijke taarten. Druipend stapten wij binnen. Zij hadden een doorslag: er was nog een groepje voor een reünie en voordat wij ons 2e bakkie konden krijgen moesten eerst de kopjes afgewassen worden. Wij vervolgden ons pad, nu langs de druk bevaren Rijn. Wat ’n schepen! Een mooi pad met regelmatig bankjes, maar waar wij gezien het weer helaas geen gebruik van konden maken. In Bad Breisig geluncht op een groot overdekt terras aan de boulevard, terwijl de regen echt met bakken uit de lucht kwam. Jammer, want het uitzicht is prachtig. Wij vervolgden ons voet/fietspad richting Remagen, waar wij de restanten van de beroemde brug bekeken. In het café Zur Brücke hangen daarvan foto’s van voor, tijdens en na de 2e wereldoorlog. Toen ons 1e doel: de zwarte Madonna, die niet in een kerk, maar onder een overkapping staat. Hierna nog 12 km naar Bad Bodendorf waar wij om 17 u. aankwamen. Snel onder een hete douche om de botten weer warm en de CV aan om de boel droog te krijgen. Om 19 uur zaten wij aan een gedekte tafel waar de wandelkaarten nog even op tafel kwamen. Daardoor werd een van de vakkundig gevouwen servetten omgestoten op een brandend waxinelichtje en stond plotseling de tafel in de fik. Nico als oud brandweerman bleef koel en begon met zijn handen de vonken uit te slaan. Nieuwe kleedjes – nieuwe ronde. Na heerlijk gegeten te hebben kwamen de kaarten op tafel voor een partijtje Toepen. Er werd nu ook geklopt, maar dan voor het kaarten. Om 22 uur zochten wij onze donzen dekbedjes op.

Zondag 7 juni: Bad Bodendorf – Altenahe. 8.45 Uur gestart langs de Ahr, de Roteweinwanderweg volgend. Het was droog maar grauw weer. Het pad was mooi, wat een stilte! Alleen vogels. Bij een picknicktafel de thermos-kannen eruit en billen poederen. Op de Boulevard de Cassino in Bad Neuenahr belde de LOVE, Els deed verslag, met de groeten voor tante Vera. Hier was het een aaneenschakeling van hotels en kuuroorden. Drie van ons liepen met stokken, wat niet echt opviel want het merendeel liep daar met krukken. Zagen ook boogschieten. In deze tijd zijn er overal schutters-feesten met opgetuigde meibomen, waarin de namen van alle vrije meisjes hangen. De jongens zoeken zich er eentje uit. In Ahrweiler, een middel-eeuws stadje met nog originele poorten, de kerk van de heilige Laurentius bezocht. Alle ramen zijn gebrandschilderd. Oud en nieuw in 3 stijlperiodes. Terwijl buiten de tent van de braadworst zijn lucht verspreidde, hing binnen de zware geur van wierook. We staken kaarsjes op en schreven in het gastenboek. Rob kocht een hoed tegen de regen. Net op tijd, om 13.30 uur kwamen de eerste spatten. Het bleef wisselvallig. Het aan- en uitkleden werd deze week tot een ware kunst verheven. In Denau gestopt voor een Strammer Max op een overdekt terras. Via Rech, bergop naar Mayschoss, een ruïne erg hoog en steil. Gelukkig brak de zon door en droogden de kleren. Wij liepen door percelen met allerlei soorten wijndruiven. Prachtig, wat een omgeving. Volgens zeggen komt hier de beste rode wijn van heel Duitsland vandaan. Wij vonden hem ook héél lekker! 15 Minuten voordat wij in hotel Mönch (hoe toepasselijk, monnik) in Altenahr aankwamen barste een noodweer los. Verzopen kwamen wij om 17.30 uur aan. Uitgepeld en gelijk een drankje besteld. Cees dronk in één teug een halve pul leeg en zei verontschuldigend: “Ik kon niet meer stoppen!” Na het eten revanche bij het toepen. Eindelijk ging Nel om 22.30 naar haar kamer zodat wij de versiering voor haar verjaardag konden ophangen.

Maandag 8 juni: Altenahe – Arloff. Nel Schaap is 57 jaar geworden. Om 7.30 uur champagne ontbijt. Kaarsjes met Happy Birthday op een plak ontbijt-koek en een feesthoed met kaarsjes. Om 8.30 u. gingen wij op pad. Nel had bekijks met haar tros ballonnen aan haar rugzak. Els (vrouw Latjes) had voor iedereen routekaartjes voor iedere dag gemaakt, maar ter plekke kregen wij steeds nieuwe tips over nog mooiere paden, zo ook hier: een net nieuw geopend wandelpad over de Kreuzberg. De champagne liet zich wel even voelen in de knieën. Het was inderdaad een mooie route met steile paden door het bos. Zo nu en dan wat slipperig van de regen. Ook versperde een aantal keren een omgevallen boom het pad. Op de top de thermos-kannen weer uit de rugzak. Bergafwaarts kwamen wij bij een handvol huizen opeens een winkelwagen tegen die zijn luiken opende: de warme bakker, en dat op Nel haar verjaardag. Toeval bestaat niet. In Burgsahr geluncht. Er zaten Nederlandse wandelaars die verkeerd gelopen waren. Gek hè, dat gebeurde ons nou nooit! Rob had al sinds gisteren last van zijn scheenbeen. Hij moest jammer genoeg besluiten om af te haken en bestelde een taxi. De andere zes vervolgden hun weg door het bos bij Holzhem via Scheuerheck. Prachtige vergezichten. Zoveel kleuren groen met daartussen wuivende korenvelden en af en toe een paar huizen. Onderweg een kapelletje voor de HH Anthonius tegengekomen, die hier dikke Tinus genoemd wordt. Wij waren om 18 uur in Hotel zum Waage, in Arloff. Nu eens niet nat van de regen, maar van het zweet. Ondanks de Ruhetag konden wij er wel in en iets te drinken bestellen. Dick Schaap, als voetballiefhebber, had bij de receptie al gelijk alle petjes van ”Schalke”  zien hangen en begon over zijn club Volendam tegen de gastvrije eigenaar. Een Nederlandse vertegenwoordigster zei: “Zo met de VUTclub weg?”. “Hoe bedoel je?” zei Dick, “wij werken alle 6 nog hoor!”. Ze schrok, sorry, dat komt omdat mijn vader nu met de VUT is. Dus uitgelegd waar wij mee bezig waren.

Dinsdag 9 juni: Arloff – Heimbach. Tijdens het ontbijt werden de ramen in ene verduisterd door een vrachtauto. Het hotel heet niet voor niets zum Waage. Buiten is een weegbrug, verbonden met een in de eetzaal staande grote antieke basculeweegschaal die iedere 3 jaar gekalibreerd wordt. Rob heeft ondanks de middeltjes van de apotheek moeten besluiten om definitief te stoppen en zal vandaag door Krista worden opgehaald uit Heimbach. Om 8.30 u. lopen wij eerst door een stukje industrieterrein. Ongezellig, daarom lopen wij niet de route via Bonn maar hebben voor een groene route westwaarts gekozen. Op de kaart stond een golfbaan ingetekend. De planning was daar koffie te drinken, maar zij hadden Ruhetag, dus de kannen uit de rugzak en op een bouwplaats zitplekken en een tafeltje gecreëerd. Opeens komt de overbuurman met een doos koekjes. Mijn vrouw zag u zitten, waarheen bent u onderweg? Even later kwam hij vragen of wij van zijn toilet gebruik wilden maken. Nou graag, met de angst voor teken zit je toch niet erg rustig in de bosjes! De route liep door de bossen van het immense golfcomplex en voerde helaas niet langs het veld met wilde orchideeën die ons beloofd waren door de tipgever. En die bloemen die wij zagen, stonden nog niet in bloei. Na een paar uur door de heuvels gelopen te hebben ontdekten wij in een klein dorpje een bakkertje. Wij hoefden dus het noodrantsoen van crackers niet aan te spreken. In Mechernich geluncht. Nou ja, alles wat we vroegen was zo’n beetje op. Nel kreeg een halfvolle kop kippensoep, waarop Cees zei: “Ze hebben natuurlijk om de beurt geproefd of hij al heet was, vandaar”. Je zag relatief veel mensen in een rolstoel. Het ziekenhuis bleek vlakbij. Ook al ben je moe van het lopen, dat maakt je wel dankbaar dat je het kunt als je dat allemaal ziet. Ondertussen begon de lucht steeds dreigender te worden Er was onweer voorspeld. Regen en zon wisselden elkaar af. Opeens scheurde een ambulance voorbij. Bij het eerstvolgende dorp stonden de deuren van de Brandweerkazerne open, en 2 bochten later zagen wij waarom: een auto was in het dorp geslipt en tegen de muur van een huis geknald. Total los, maar de jongen had gelukkig niets. Om 17.30 uur kwamen wij bij het hotel Landhaus Weber in Heimbach. Dit was het mooiste hotel, al waren alle hotels perfect, goede bedden en vooral schoon. Het leek wel Dynasty, zulke grote kamers met balkon. Alweer Ruhetag! Gelukkig konden we wel een pilsje krijgen, maar voor het eten moesten wij even verderop in de straat een restaurant zoeken. Nou, het was dat we trek hadden en er niets anders was, maar de uitbaters waren niet echt fris en dat bederft toch je eetlust! Voor de verandering nu eens niet kaarten, maar om 21.30 uur op bed, nadat Nella voor de laatste keer een blaar aan haar kleine teen met een spuit en naald had leeggezogen en ingetapet.

Woensdag 10 juni:  Heimbach – Jülich. Onze laatste en tevens langste loopdag. Ook hier werden wij getipt over een mooie route door het Naturschutzgebiet. Eerst naar beneden naar het dorp en dan langs verschillende campings de bossen door. Regelmatig werd even ingehouden om de groep weer bij elkaar te laten komen en de spieren even te ontspannen. Waar de een moeite had in de klim, heeft de ander dat bij het dalen. Later volgen wij weer, stroomafwaarts, de oever van de Rur. Vanwege het miezerige weer, koffie gedronken in een Boerenhofstee. Prachtig complex, of je zo een eeuw terug was, met een paard, duiven en kippen op de binnenplaats. Alleen bij de boerin kon er geen lach af, en moest ieder lepeltje perfect liggen. Maar ze had wel verrukkelijke appel- en rabarbertaarten gebakken. Alleen konden wij het niet op: punten waar je met z’n drieën genoeg aan zou hebben. Via Blens ging het richting Nideggen. Een prachtig gebied. De één zag een ree, de ander eekhoorns, honderden verschillende slakken en alle kleuren en maten en zelfs een adelaar met jong. Net dat de regen weer met bakken uit de lucht kwam vallen vonden wij weer een schuilplaats. We hadden deze week al boerenschuren, afdakjes en kapelletjes gehad, nu bracht de voorzienigheid een heerlijk Italiaans restaurant op ons pad. Pasta is goed voor lopers, maar vooral lekker! Het bracht het moreel weer omhoog, zodat wij flink doorstapten langs de Rur wat overging in het stuwmeer Untermaubach. Je ziet hier veel bussen met ouderen maar er loopt ook een streekspoorlijn. Bij Udingen waren ze bezig, in the middle of nowhere, om een kampement op te zetten. De volgende dag zou daar een middeleeuws riddergevecht nagespeeld worden. Voor Kreuzau liep het pad dwars over een camping. Erg armoedig. Afgebrande plekken, rommel. Aan de overkant van de rivier de Rur maakte een groot recyclingbedrijf flinke herrie. Geen plek om een staanplaats te bespreken. Snel doorlopen. Düren is een echte papierstad. Het landschap wordt vlak en kaal. Industrie blijft, afwisselend met woonwijken tot aan Jülich. Ook nu houden wij de laatste kilometers het niet droog. Ons hotel lag in het centrum, waar we om 20.05 uur aankwamen. Net als wij proosten gaat de mobiel: LOVE aan de lijn. We mogen ons eerst laven na deze lange dag, ze bellen over 15 minuten terug, waarna Els verslag doet. De overgebleven kokoskaarsjes worden aangestoken, als dank voor het volbrengen van onze opdracht. Het giet nog steeds en is niet eenvoudig om een restaurant te vinden. Cees kiest ervoor om het meegesjouwde noodrantsoen aan te spreken en zijn opgezette achillespees rust te gunnen door meteen na het douchen zijn bed op te zoeken. Op straat is het luidruchtig. Morgen is een feestdag, dus wordt er druk geborreld. De TV nog maar even aan, zo moe zijn en dan toch niet slapen kunnen omdat je spieren bezig blijven. Gek dat het nu al voorbij is. Je hebt er zo lang naar uit gekeken.

Donderdag 11 juni: Overdracht. Uitslapen lukt niet. Om 8.30 uur aan het ontbijt. De telefoon gaat, de meiden van groep 23 zijn er. Gezellig schuiven zij aan voor koffie en broodjes. Els geeft iedereen persoonlijk een kleinig-heid, waarna zij zich in de regenpakken met poncho’s hijsen. Gezamenlijk gaan wij naar de tegenover gelegen kerk waar de overdracht plaats vindt. We zwaaien de meiden uit en stappen in de superbus van Molenaar richting grens. De dames hadden nog willen winkelen, maar het is een nationale feestdag in Duitsland, dus is alles gesloten Nog één keer gezamenlijk aan de koffie. Het was een mooie week door de Eifel. Een geweldig gebied voor een wandel- of fietsvakantie. Prachtige natuur en stilte. Onze dank gaat naar de organisatie en Slijterij ’t Stient, Groentehandel Dick Schaap, Meiden AVM, Loodgietersbedrijf N. Bloem: Voor de pot van PCD.

ETAPPE 23: VAN JULICH NAAR KEVELAER (D)

We hadden toch niets anders te doen!

Donderdag 11 juni: van Jülich naar Hückelhoven. De dag begon goed: onmenselijk vroeg en een gietvergooiing. Op de Julianaweg al meteen de eerste goede daad: Een plaatselijke visboer met een auto vol nieuwe haring had autopech en stond al vanaf 4 uur paniekerig naar auto’s te zwaaien voor een liftje naar een vervangende auto een stuk verderop. Iedereen reed door maar wij, toch niets anders te doen, hebben hem meegenomen en daarmee uit een penibele situatie gered. Omdat we een heuse buschauffeuse achter het stuur hadden waren we, via de busbanen, héél snel op plaats van bestemming. We werden hartelijk ontvangen door Els Bloem & Co en konden aanschuiven bij het ontbijt. Omdat alles in de omgeving gesloten was (het was een feestdag met ’n zeer onduidelijke naam) ons daarom rondom volgevreten. Van Els & Co kregen we een heel leuk kadootje: een zakje met een waxine-lichie, gelukspoppetje, 2 hartenzeepjes, spel kaarten van 1×2 cm, een worry-no-more poppetje en 2 inlegkruisjes voor ondersteuning van de rugzakbanden. Na overdracht van het prentje met spreuk, de (3 kg wegende) heilige Antonius (alias: ‘va.….. Tinus’, navragen bij Els & Co) én veel zegen van boven begon onze tocht. Ondanks dat we van alle gemakken waren voorzien (8 wandelkaarten, een peperdure GPS, een Tom-Tom, kompas, verrekijker, sextant, behulpzame mensen en 7 zéér georiënteerde vrouwen vol globetrotter ervaringen) ging het niet vanzelf. Veel stoppen, kijken, verkenner op pad sturen en weer terughalen, denken, zuchten, kaarten om-en-om keren, mensen vastklampen en vrouwelijk inzicht maakten dat de km’s niet echt werden verslonden. Conny (kwam met wandelschoentjes aan ter wereld) kreeg al snel problemen. Waren het de sokken, ontbijtkruimels, een steentje, Duits reetkevertje, erwten, een dennenappel, een straatklinker? Aan het eind van de dag kon ze bijna niet meer lopen, ze had onder beide voetzolen een megablaar. Via een wandelroute (x-routes) volgden we de rivier (Rur), kwamen we langs een oud kasteel en liepen over mooie bospaadjes. Als lunch (gelukkig was er toch iets open) bestelden we bij een pizzaboer een fitness-kebab-roll. Paste niet op een bord en duurde wel even voor het op was. Daarna gingen we langs vele weilanden waar we af en toe extra bochtjes maakten (bewust!, we hadden toch niets te doen). Zolang er een kerktoren in zicht bleef ging het goed. Het tempo lag redelijk hoog want het streven was om elke dag 1 kilo af te vallen. Van het lijf! De bepakkingen waren ook ongeveer 10 kg p.p. maar dat hielden we bewust in stand. Rond 5 uur namen we een heerlijk pilsje in een oud stoffig café. De eigenaresse belde naar haar broer die een stukje verderop een hotel had en regelde daar kamers voor die nacht. Daar kregen we een goed avondmaal (jawohl: schnitzels) en lekker wijntje (morgen weer) en verzonnen oplossingen voor het voetenprobleem van Conny: fiets jatten of huren, plaatselijk boertje versieren om zijn tractor te pakken te krijgen, enz….… zzzzzzzzz (snurk).

Vrijdag 12 juni: naar Waldniel. Na een topontbijt (zo’n buffet waar je zonder je te schamen minstens 3x je bord kan volstouwen) werden Conny’s hielen door een heuse EHBO-seuse vakkundig ingepakt in tape en kreeg zij 2x 600 mg ibruprofen toegediend. Om een beetje op schema te komen werden de eerste km’s langs de provinciale weg afgelegd. Onderweg bij een boertje de lunch gekocht: 14 dozen superlekkere én vetafdrijvende aardbeien. Tijdens de eerste plaspauze in het bos werden deze, verspreid over 3 pakjes tuc, genuttigd. Nog nakauwend op wat handjes drop gingen we weer op pad. Aan de rand van een bos bij Golkrath zagen we 4 hertjes dartelen en is Ingrid nog in een jagers-uitkijkhut geklommen om te kijken of dat een geschikte slaapplaats was voor het geval we die avond niets zouden vinden. We waren namelijk al weer afgeweken van de geplande route. Een miezerig matrasje van 1.50 bij 0.60 en een tafeltje van 0.25 x 0.25 nodigden niet echt uit tot leuk avondverblijf voor 7 door-en-door verwende en veeleisende dames. In Wegberg moesten we genoegen nemen met een karige en peperdure lunch (tosti’s, broodjes en gebak). Een overheerlijk ijsje verderop in de straat maakte dit weer een beetje goed. Conny haakte af, het lukte niet meer om op haar tenen 6 razende kieviten bij te houden. Voordat de taxi werd gebeld eerst nog geprobeerd een minitractor te huren maar dat kon alleen inclusief de boer (boer-zocht-vrouw). Onze 6-koppige tocht ging verder langs een smal bospad aan een riviertje, een oude burcht, kapelletjes, visvijvers en veel paarden. Vanuit het bos kwamen we in Rickelrath terecht. Gezien de zonstand wisten we zeker: nu rechtsaf. 2 ideale schoonzoon’s op racefietsjes kwamen langs en voor de zekerheid toch maar even gevraagd of dit de juiste weg naar Waldniel was (raar, meestal vragen we mannen niet naar hun mening). Nein!, ze wezen naar links, naar de weg die we net hadden afgelegd. Was absoluut onmogelijk. Ze dropen hoofdschuddend af, köpfige frauen… Toen ze uit zicht waren na lang dubben toch maar omgedraaid. We snappen nu nog niet wat er fout ging (blond). In Waldniel aangekomen hadden de luxe dat Conny al een hotelletje had gevonden. We streken neer op het terras en genoten van een welverdiend helder biertje (morgen weer). Het hotel was van een echtpaar uit Kroatië. De hotelfrau had de taken goed verdeeld, haar man deed alles, zij hoefde alleen maar babbelend de klanten zoet te houden. Ze heeft Conny tig keer haar pas gescheiden en in Bosnië wonende zwager aangeboden (wordt nog over nagedacht, kan tweede goede daad worden: ‘importeren’ goede echtgenoot). ’s Avonds de menukaart: keuze uit wel 80 Balkangerechten met maar één kok in de keuken. We bestelden allemaal wat anders, het was er vrij snel en alles was superlekker (superman). Ook de Kroatische wijntjes waren té lekker. Langs de trapleuning elkaar daarna omhoog getrokken (niet van de wijn maar door overbelaste ledematen) voor een welverdiende slaap in kamertjes uit grootmoeders tijd, met bloemetjes behang en gordijntjes van roze badstof.

Zaterdag 13 juni: naar Hinsbeck. Het overvloedige ontbijt werd verzorgd door de heer des hotel, de hotelfrau sliep uit. Bij het afscheid moesten we ons van haar losrukken om een beetje op tijd op pad te kunnen gaan. Het eerste stuk was saai. Na zo’n 5 km moest Conny toch weer een taxi bellen. Als tijdverdrijf heeft ze slaapsokjes voor ons gebreid, de reisedities Pim-Pam-Pet en Dokter Bibber gesloopt, Patience gespeeld met de 7 gekregen kaartspelletjes en 5 Nivo’s uitgespit. Al was het ontbijt goed, na 3 uur sloeg de lekkere trek toe. Tot grote vreugde troffen we in een klein gehuchtje het bollenkarretje van Konings aan. Diverse gebakjes en broodjes werden ingeslagen en verderop in een speeltuintje weggewerkt. Na opkoop van alle tape die de apotheek in voorraad had weer op pad. Nu ging de route langs een lange brede rivier (de Nette) waar werd gezeild en gevist. Daarna zagen we veel stallen en maneges en hele mooie huizen. Onderweg hoorden we groepje vrouwen tegen elkaar zeggen: die gaan vast naar Spanje ofzo, met al die bepakking. In Löbberich Conny weer opgepikt en in een bistro geluncht (lekkere pasta en yoghurtjes met hagelslag). Aan de rand van Hinsbeck diverse mensen aangehouden om te vragen of er hier slaapplaatsen waren. Er was een 5-sterren hotel of een jeugdherberg. Het hotel vonden ze te duur en dus verwezen ze ons naar de jeugdherberg (jeugdig voorkomen of armoedzaaiers?). Het hotel zat vol maar volgens de manager zat er 1 km verderop nog een pensioen. Het was al na 5-en maar ach, toch niets beter te doen. Dit pension heet Landcafé Zum Mühlenberg en is een aanrader! Leuke mensen, mooie kamers en schitterende omgeving. ’s-Avonds zaten we in het weiland te genieten van een tongstrelend rosétje (morgen weer) met vlees van de BBQ en uitzicht op paarden, geitjes, koetjes en kalfjes, een luchtballon en een verdwaald vosje. We hebben ‘toestemming’ gegeven dat er ’n foto van dit tafereeltje op hun website wordt gezet. (www.zummuehlenberg.de) Mogelijk promoten we dit pension hiermee een beetje (weer een goede daad).

Zondag 14 juni: naar Straelen. I.p.v. een haan werden we gewekt door twee geitjes die in amazone-zit onder het slaken van ‘joeghoe’-geluidjes van hun glijbaantje sjeesden. Na een goed verzorgd ontbijt gingen we, op aanraden van de pensionhouder, 5 hele minuten eerder op pad omdat het volgens de buienradar vanaf 11 uur zou gaan regenen. Toch sloegen we zijn advies om een route te volgen die 1 km korter was in de wind, eigenwijs en toch niets anders te doen. Voor onderweg kochten we bij een stokoud boerinnetje aardbeien die niet echt lekker meer waren (had ze in haar jeugd geplukt?). We liepen door een groot en mooi natuurpark. Een uitkijktoren redde ons van verdwalen in het bos, na veel keren van de wandelkaarten werd de juiste koers weer ingezet. Het was broeierig en zoals voorspeld begon het rond 11 uur te regenen. Alle regenbroeken, poncho’s, rugzakhoezen, vuilniszakken en plu’s werden weer van ‘rugzak’ gehaald. Schuilen bij een cafeetje langs de weg waar we zelfgemaakte vruchtencake kregen. In de regen werd het laatste stuk, al neuriënd van het lijflied “We sjouwden van eettent naar eettent al deden onze voeten zo zeer”, afgelegd. Deze dag al vroeg op plaats van bestemming. Aan de rand van het bloemenstadje Straelen zat een hotel. Ze hadden een kamer voor 5 personen en kwamen zelf met het voorstel er 2 bedden bij te zetten. Leuk, laatste avond met z’n allen op één kamer. Verderop in het stadje zat een zwembad. Goed voor het vermoeide lijf maar er werd lang getwijfeld of we wel zouden gaan. Er was ondertussen toch wel zo’n 4 kilo bijgekomen i.p.v. de geplande 4 eraf! Gelukkig was er nog genoeg tape over, het werd gebruikt om de scheurende bikinibroekjes en bh’s vast te plakken om daarmee uitpuilende ellende te voorkomen. Ook in dit hotel was het avondeten fabelhäftig. Megagamba’s, asperges en een onbekende duitse vissoort.

Maandag 15 juni: naar Kevelaer, de finish! 1 douche + 1 toilet met 7 vrouwen en dan toch binnen ‘n uur allemaal fris en fruitig. Na het ontbijt (laatste keer alleen uitkloppen van het servetje) begonnen we aan de eindsprint. Van het hotel kregen we ieder een rol Mentos mee voor onderweg. We waren de jongste gasten die ze ooit hadden gehad, normaal werd er een bonbonsje meegegeven. Omdat het maandag was moesten we tot na 1-en doorlopen om ergens te kunnen lunchen (ook laatste lunch, dus erg belangrijk). Bij een bakkertje haalden we broodjes en kregen koffie mee. Daarna nog een stukje door het bos over het Jülichlaantje (toevallig 5 dagen geleden vanuit Jülich gestart). In Kevelaer aangekomen hebben we Conny een bosje bloemen gegeven als beloning voor haar zware en pijnlijke tenentocht. Na een lekker soepje, warme apfelstrüdel en een vissenkom vol koffie (toch nog een lunchje extra) zijn we Kevelaer gaan bekijken. Heel leuk plaatsje met veel mooie kapelletjes. Er is een kaarsenkapel waarin pelgrims hun bedevaartsschilden hebben opgehangen. Buiten hebben we kaarsjes opgestoken voor dierbaren. In de Mariakapel staat het reisdoel van veel pelgrims: ,,de Troosteres der Bedroefden”. Voor de ingang van de Mariabasiliek hebben we het bidprentje en beeldje Jozef (dus niet Antonius, volgens Bep) overgedragen aan groep 24 en hun een hele mooie tocht mét mooi weer toegewenst. We hebben 5 mooie dagen gehad, alleen al door Ria zijn er 258 foto’s gemaakt. Zeven vrouwen en geen een keer hommeles. Het was simpel: bij twijfel rechtdoor (Ingrid opgelucht: niet de enige die volledig richtüngsloos is). Jammer genoeg geen ‘morgen weer’ én +10 kilo i.p.v. -5. Laatste goede daden: de schoenen van Conny gaan naar een sportief kind in Nepal en we doneren nog wat aan PCD. Organisatie: bedankt! Conny Krop, Ria Krop, Ingrid Kras, Ingrid Tol, Jacqueline Plat, Els Veerman en Eveline Schilder

ETAPPE 24: VAN KEVELAER NAAR DEN BOSCH (NL)

Maandag 15 juni: vertrek. Op maandagmiddag even voor 14.00 uur vertrekt groep 24 van de bedevaart “Rondje Volendam” voor haar “Tour of Duty”. De groep bestaat uit 3 vrouwen en 2 mannen t.w. Evert en Nel Bootsman, Bep Jonk, Garie Veerman en Piet Koning. In het jaar 1641 vraagt de Heilige Maria aan marskramer Hendrich Busman om voor Haar, op de plaats waar hij toen stond, een kapelletje te bouwen. Zijn vrouw kreeg in een nachtelijk visioen de afbeelding van O.L. Vrouw van Luxemburg te zien. Vanaf 1642 worden er vanuit Kevelaer processies en bedevaarttochten gehouden, en wordt de heilige Maagd vereerd onder de titel “Troosteres der bedroefden”. Het eerste wonder vindt hier plaats in het jaar 1643. Na het avondeten zijn we naar de “Kapellenplatz” gewandeld. Rondom dit pleintje staan o.a. de door de Heilige Maria gevraagde kapel, welke later is vergroot tot de huidige “Genadekapel”, een indrukwekkende basiliek, een kaarsen- en sacraments-kapel. Na kaarsjes voor de meegebrachte intenties te hebben opgestoken lopen we nog wat rond in het oude centrum en besluiten we de dag met een pilsje op het terras voor ons hotelletje.

 

Dinsdag 16 juni: Kevelaer naar Maashees (30 km). Na het ontbijt lopen we in westelijke richting Kevelaer uit. Een routebeschrijving volgen vereist discipline en oplettendheid. Voorbij het plaatsje Twistleden ging het de eerste keer al mis. Een leesfout en het te snel aannemen dat je goed zit, zorgden ervoor dat we die dag 6 km erbij kregen. Op de weg die we nu abusievelijk volgden, passeerden we de grens met Nederland. Rond het middaguur komen we bij de rivier de Maas in Limburg aan. Na de koffiepauze trekt een onweersbui 1 uur lang pal over ons heen. Vlak voor het plaatsje Well konden we de Maas oversteken. We liepen over een enorme brug, de “Koninginnebrug” genaamd, welke in 1954 door Engelse en Nederlandse genietroepen van het leger is gebouwd. Vanwege de kermis troffen we in Maashees niemand thuis op de adressen waar we mogelijk zouden kunnen overnachten. Een bareigenaar hielp ons uit de nood. Hij zocht niet alleen andere slaapgelegenheid, maar bracht ons daar ook naar toe. Garie was zo blij dat ze die dag niet verder meer hoefde te lopen, dat ze de man spontaan een zoen op de wang gaf.

Woensdag 17 juni: Holthees-Wanroij (23 km). Door het mooie gebied van “De Peel” wandelen we langs boerenerven, akkers en door bosdelen. Het was nog vroeg in de morgen, maar de zon was er al goed bij. In het plaatsje St. Anthonis konden we rond 13.30 uur ons eerste kopje koffie kopen. Even uit de hete zon, op een terrasje hebben we wat gerust en gedronken. Na de cappuccino trok het gezelschap, onder aanvoering van Garie Kwast als akela, op het heetst van de dag zingend verder. Garie heeft vroeger bij de padvinders “in dienst gezeten”. De kampregels van vroeger werden weer ingevoerd. We zouden deze week wel even “verkwast” worden!  In de buurt van Wanroij konden we alleen overnachten op een boerderij, 5 km terug op de route. We dachten aan slapen in het hooi, maar het bleek om een varkensschuur te gaan, die omgebouwd was tot een 3-sterren verblijf. Kamers tip top, compleet met douche en wc op de kamers en op het achtererf van de boerderij een mooi terras. ’s Avonds zijn we door LOVE-radio geïnterviewd. Na een kaartspelletje zijn we met een “hooigat” naar bed gegaan.

Donderdag 18 juni: van Wanroij naar Heeschwijk-Dinter (32 km). De gastvrouw had ons uitgelegd hoe we vanaf de Lamperheide het snelst onze route weer konden oppakken. Het missen van een afslag (een landweggetje zonder straatnaam) zorgde er ook deze dag voor dat we zo’n 5 km extra zouden gaan lopen. Over de lange Quaayweg liepen we langs mooie akkers met gewassen door Landhorst heen, richting het dorpje met de mooie naam Odiliapeel. Dit dorpje uit, komen we langs de luchtmachtbasis Volkel, waar we onze ogen uitkeken op demonstraties van luchtacrobatiek van allerhande gevechtsvliegtuigen; ook van buitenlandse luchtmachten. Op vrijdag en zaterdag zou de luchtmachtbasis opengesteld zijn voor het publiek. Na een rustpauze in het plaatsje Mariaheide lopen we door naar Veghel. Hier zouden we overnachten, maar vanwege de open dagen van de luchtmacht waren alle hotels, ook in de regio vóór Veghel, volgeboekt. Zelfs het taxibedrijf in Veghel kon ons geen busje of grote auto meer aanbieden. Een mevrouw in het tankstation raadde ons aan om aan de andere kant van Veghel logies te zoeken. In Heeschwijk-Dinter, zo’n 7 km verder, konden we terecht in Hotel-restaurant “De Barones”, waar de avondmaaltijd ons zeer goed smaakte.

Vrijdag 19 juni: van Heeschwijk-Dinter naar ’s Hertogenbosch (23 km). Na een zwoele nacht, waarin de meesten van ons slecht geslapen hebben, trokken we met de zon op onze licht verbrande kuiten verder, richting Schijndel. Hier vonden we een straat naar Evert vernoemd: “Evert’sen straat”. In Schijndel waren we van ons pad volgens de routebeschrijving afgeraakt. Pas voorbij St. Michielsgestel in Vught konden we de aansluiting met de routebeschrijving weer oppakken. We hadden echter alle tijd om Vught rustig te bekijken. Eenmaal op de Loonseweg lopen we door de mooie buitenwijk van Vught, waar sommigen van ons wel een tweede huisje zouden willen hebben. Aangekomen in Den Bosch bleek dat ook hier alle hotels voor die dag volgeboekt waren. Eigenlijk is dit de rode draad in het verhaal van deze week: gesloten terrasjes en hotels. Uiteindelijk vonden we in Nuland, voorbij Rosmalen onderdak voor de nacht in Hotel Nuland. Alle standaardkamers waren inmiddels al vergeven, dus we moesten het doen met een zeer luxe 3-persoonskamer met inloop badkamer. Het is niet anders; dat hoort ook bij een bedevaartstocht.

Zaterdag 20 juni: terug. Na een heerlijke ontbijt in Nuland, zijn we met de bus naar Den Bosch terug gegaan. Eerst de rugzakken op het centraal station van Den Bosch in een kluisje opgeborgen en vervolgens zijn we naar de St. Jans kathedraal achter het marktplein gegaan. Hier hebben we ter afsluiting van onze pelgrimstocht kaarsjes voor diverse intenties bij Maria opgestoken en is het aan ons meegegeven beeldje van St. Jozef, de beschermheilige van de ernstig zieken, met wijwater besprenkeld. Omdat het deze dag St. Jansdag was, waren er allerlei activiteiten georganiseerd. Er werd een processie gelopen, er waren optochten, er was muziek en diverse amateurartiesten konden er op een podium hun kunsten vertonen. Tegen kwart voor vijf vindt de overdracht aan groep 25 plaats en eindigt hiermee onze pelgrimstocht. We hebben een mooie week gehad, niet alleen vanwege het mooie weer, maar ook vanwege de onderlinge sfeer. Graag willen we dan ook de organisatie, Garage Molenaar en iedereen die dit evenement mogelijk heeft gemaakt, hiervoor hartelijk bedanken!