nLoopie

Wandelkleding

Wandelkleding; het drielagensysteem

Kleding is bij uitstek iets persoonlijks, iedere wandelaar maakt weer andere keuzes. Allerlei factoren spelen daarbij een rol, zoals budget, smaak, weersomstandigheden en persoonlijke ervaringen. Als u in een winkel naar kleding informeert, zal bijna elke verkoper beginnen over het drielagensysteem. Dit systeem wordt vooral gepropageerd door fabrikanten en buitensportzaken. Welbeschouwd is dit nauwelijks een systeem te noemen, het is niet meer dan een handige combinatie van kledingstukken en materialen. Volgens deze methode bestaat de ideale buitensportkleding dus uit drie lagen.

De onderlaag: zuigt lichaamsvocht op een geeft dat door aan de tussenlaag. De tussenlaag: houdt warmte vast en geeft het vocht door aan de buitenste laag. De buitenlaag: voert lichaamsvocht af naar de buitenlucht (ademend vermogen) en houdt wind en regen tegen.

Hoe uitgekiend dit systeem ook lijkt, in de praktijk kiezen de meeste wandelaars toch hun eigen oplossingen. Allereerst is dat vanwege de prijs: de verschillende lagen stellen hoge eisen aan de gebruikte materialen. De kosten kunnen oplopen tot vele honderden euro’s.

Verder speelt ook het weer een belangrijke rol. Op zonnige wandelvakanties boven de 20 graden zult u nauwelijks meer dan een t-shirt of een overhemd dragen. En bij temperaturen onder het vriespunt zijn drie lagen vaak niet voldoende en trekt u liever meer kleren aan. Afvoer van transpiratievocht is dan even van ondergeschikt belang.

Al met al is het drielagensysteem dus wel bruikbaar als model, maar verlies nooit uw persoonlijke voorkeuren, financiele mogelijkheden en praktische omstandigheden uit het oog.

De onderlaag: hemd of shirt. Katoenen shirts zijn niet aan te raden, want die worden snel nat en klef en drogen langzaam. U kunt ze natuurlijk wel meenemen om ’s avonds of op rustdagen te dragen. In de winkel zijn speciale buitensporthemden te koop, al zijn die vaak behoorlijk prijzig. Een goed en goedkoop alternatief is om in een gewone kledingzaak poloshirts van synthetische materialen (zie label aan de binnenkant) te kopen. Poloshirts hebben bovendien een iets hogere kraag, welke de kans op zonverbranding in de nek verkleint.

Tussenlaag: vest, sweater, overhemd. Het overgrote deel van de wandelaars draagt een fleecevest. Fleece is de laatste jaren steeds goedkoper geworden en de kwaliteit beter. Fleecevesten hebben vaak verschillende diktes, voor warme gebieden kunt u een dunnere soort kiezen en omgekeerd. Een goed vest blijft desondanks een flinke uitgave. Wie zich de prijs niet kan veroorloven, koopt misschien liever een sweater, evt. in combinatie met een overhemd. Overigens hebben ook warenhuizen steeds vaker goedkope fleecesoorten, al zal de kwaliteit natuurlijk wat minder zijn. In warme gebieden komt een extra overhemd van pas. Niet zo warm als fleece, maar biedt toch bescherming tegen de zon. Kies voor een lichte, neutrale kleur, want door transpireren en langdurige zonneschijn kan het overhemd vlekken krijgen en verbleken. Als het ’s avonds koeler wordt, kunt u alsnog uw fleece aantrekken.

Buitenlaag: jack, regenkleding. Voor meerdaagse wandeltochten kunt u overwegen om een speciaal buitensportjack aan te schaffen. Veel jacks zijn gemaakt van Gore-Tex. Dit materiaal is waterdicht en toch ademend, en in combinatie met een fleecevest zult u het in de meeste seizoenen ook warm genoeg hebben. Waterdichte maar toch ademende buitensportjacks zijn ook duur, vaak een paar honderd euro’s. Het is zinvol om u af te vragen of de prijs het comfort waard is. Een alternatief is om de uitverkoop af te wachten; vaak kunt u dan goede jacks met aangename korting krijgen. Voor wie ook een afgeprijsd buitensportjack te duur vindt, zijn er verschillende lowbudgetmogelijkheden. Koop bijv. een simpel windjack in combinatie met standaard regenkleding. U bent dan wel het ademende vermogen kwijt, maar aan de andere kant kunt u zich afvragen hoe vaak het nu voorkomt dat u urenlang door de regen loopt. En als het om een incidentele bui gaat, bijv. in (sub-) tropische landen, kunt u zelfs volstaan met alleen maar een simpele paraplu, die u ook kunt gebruiken als parasol. Een nadeel van regenkleding is weer dat u met een regenbroek meestal wat minder prettig loopt. Een regenponcho is dan een goed alternatief. Deze zijn licht en ventileren veel beter dan gewone regenkleding. Poncho’s zijn relatief goedkoop, gaan jaren mee en hebben vaak een uitbouw aan de achterkant, zodat uw rugzak droog blijft. Maar ook poncho’s hebben hun nadelen. Vooral bij harde wind kunnen ze gaan zwabberen. In de bergen heeft u soms minder zicht op waar u uw voeten zet. En na uren lopen door de regen zullen ze uiteindelijk toch ook aan de binnenkant nat worden vanwege transpiratie.

Broek; de keuze voor een broek is een stuk gemakkelijker dan voor bovenkleding. Allereerst het belangrijkste: wandel nooit in een spijkerbroek. Ze zijn zwaar en als het regent worden ze koud en stug. Bovendien duurt het lang voordat een spijkerbroek weer droog is. Beter is om even een kijkje te nemen bij (buiten)sportzaken, die rekken vol broeken hebben. Sommige zijn van katoen, andere van kunststof. Steeds vaker zijn ze afritsbaar, wat vooral handig is in de zomer. Enkele tips: kies in de eerste plaats een broek die goed zit. Als u een trap oploopt, moet de broek voldoende bewegingsvrijheid bieden en niet over uw bovenbenen schuren. Zakken: past daar een wandelgids in? Wasvoorschrift: moet u de broek apart wassen?

Speciaal voor de rugzaklopers: zijn er naden op heuphoogte? Als u uw heupband omdoet, kunnen die pijnlijk aanvoelen of na een paar dagen lopen zelfs beurse plekken opleveren. Zakken: kunt u er nog met uw handen in nadat u uw heupriem hebt omgedaan?

Op een meerdaagse trekking is het handig om een tweede broek mee te nemen, bijv. een joggingbroek of een katoenen broek. Dan hebt u ’s avonds nog iets anders om aan te trekken. Als u naar warme streken gaat, ligt het voor de hand om ook nog een korte broek mee te nemen. Dat is niet altijd verstandig. Een lange broek voorkomt zonverbranding en biedt betere bescherming tegen insecten en stekelig struikgewas. Lopen met korte broek heeft nog een ander risico: als het regent of hard waait, is de kans op spierpijn groter.

Sokken! Sokken zijn meer dan een vulmiddel voor de ruimte tussen voet en schoen. Ze dragen bij aan schokdemping, ze nemen transpiratievocht op en ze vullen onvolkomenheden in de pasvorm op. Draag zoveel mogelijk naadloze sokken, om blaren te voorkomen. Synthetische sokken zijn beter dan van wol of katoen. Wollen sokken kunnen door transpiratievocht stijf worden en slijten snel; natte katoenen sokken schuren en plakken aan de huid. Veel wandelaars dragen twee paar sokken over elkaar heen; de binnenste laag voert de transpiratie door naar de buitenste laag, zodat uw voeten relatief droog blijven. Wandelsokken zijn niet goedkoop, maar voor deze investering krijgt u wel veel comfort terug. U kunt overwegen om nog extra paren binnen- en buitensokken mee te nemen. Als uw voeten veel transpireren, is het prettig om halverwege de tocht droge sokken aan te trekken.

Hoofddeksel. Een groot deel van de lichaamswarmte verlaat het lichaam via het hoofd. Daarom is het belangrijk om een muts te dragen in koude en winderige gebieden. Als u een muts draagt, zult u merken dat u ook minder snel koude handen krijgt. Er blijft immers meer lichaamswarmte behouden en daar hebben ook andere lichaamsdelen profijt van. Ook bij warm weer is een hoofddeksel belangrijk. Een pet verkleint de kans op zonverbranding, of – nog erger – een zonnesteek, en houdt naar beneden rollende zweetdruppels gedeeltelijk tegen. Petten zijn er in soorten en maten, maar het belangrijkste is dat ie goed zit, niet te klein, maar ook niet te groot, want dan waait de pet gemakkelijk weg. Voor tropische gebieden zijn er ook aangepaste petten met een achterpand, dat helemaal doorloopt tot in de nek.

Dameskleding. Steeds meer broeken, shirts en jacks, hebben een speciale damesuitvoering. Dat houdt in dat ze kleiner zijn en ook aangepaste vormen hebben. Niet alleen voor vrouwen zijn ze een grote uitkomst, ook mannen die niet zo lang zijn en een tenger postuur hebben, doen er goed aan om in buitensportzaken even naar de damesrekken te lopen.